Inloggen

Login
 
Wachtwoord vergeten?

Eerste hulp bij Grafieken

Een grafiek kan meer zeggen dan duizend woorden. Aan deze grafieken kunnen sinds kort door gebruikers van iex.nl enkele indicatoren worden toegevoegd die bij beginnende beleggers waarschijnlijk meer dan duizend vragen zullen oproepen. Hieronder een uitleg wat u met al die indicatoren kunt doen.

Lijn – De lijngrafiek verbindt de slotkoersen op achtereenvolgende beursdagen met elkaar.

OHLC – Staat voor Open, High, Low, Close. In deze grafiek wordt het koersverloop op elke handelsdag weergegeven door een verticale lijn die de hoogste koers van de dag met de laagste koers verbindt. Deze lijn is groen als de slotkoers hoger ligt dan de openingskoers en rood als de slotkoers onder de openingskoers ligt. De horizontale streep aan de linkerkant geeft de openingskoers aan, de horizontale streep aan de rechterkant de slotkoers.

Candlestick – Net als bij OHLC worden bij de candlestick-grafiek de hoogste en de laagste koers op elke beurs met elkaar verbonden. Het verschil is dat de openings- en slotkoers niet met horizontale strepen aangegeven maar met een verbreding van de lijn die ook wel het lichaam wordt genoemd. Dit lichaam is groen als de slotkoers hoger ligt dan de openingskoers en rood indien de slotkoers lager ligt dan de openingskoers.

De candlestick-grafiek bestaat al honderden jaren en vindt zijn oorsprong in Japan. De theorie onderscheidt verschillende formaties met gevleugelde namen zoals Harami, Spinning Tops en Hanging Man die op een koersstijging of daling wijzen. Klik hier voor meer informatie.

Moving Average - Het moving average is het voortschrijdend gemiddelde van de koers op eerdere beursdagen. Dit wordt berekend door de slotkoers van een serie opeenvolgende beursdagen bij elkaar op te tellen en te delen door het aantal dagen. Bij de grafieken op IEX.nl kan gekozen worden uit periodes van 10, 50 of 200 beursdagen, ofwel het tweewekelijks, tienwekelijks en jaarlijks voortschrijdend gemiddelde.

Een beurskoers die boven het voortschrijdend gemiddelde uitstijgt geldt als een koopsignaal en op dezelfde manier wijst een beurskoers die onder het voortschrijdend gemiddelde terecht komt als een verkoopsignaal.

Volume – Het aantal aandelen dat op een beursdag is verhandeld. In de volumegrafiek op IEX.nl is sprake van zogenaamde dubbeltelling, wat betekent dat zowel de aan- als verkooptransactie worden meegerekend. Volgens de technische analyse zijn koersbewegingen die gepaard gaan met een stijgend volume betrouwbaarder dan koersbewegingen waarbij het volume gelijk blijft of afneemt.

Relative Strength Index (RSI) - De RSI meet de intensiteit van de koersbewegingen. Als de koersstijgingen feller zijn dan de koersdalingen stijgt de RSI. Relatief sterke koersdalingen resulteren in een daling. De indicator kan gebruikt worden om de betrouwbaarheid van de koersbeweging te controleren.

Indien de RSI daalt terwijl de koers oploopt (een zogenaamde divergentie) is dat een waarschuwing om de koersstijging met enige scepsis te bekijken. Daarnaast geeft de RSI een indicatie of de koers te snel is gestegen (overbought; een RSI van boven de 80) of gedaald (oversold; een RSI van onder de 20).

Berekening: RSI = 100 – [100/(1+RS)]

RS is de verhouding tussen de omvang van koerswinst op dagen dat het aandeel hoger sloot en het koerverlies op dagen dat het aandeel lager sloot. Ofwel: (gemiddelde koersstijging)/(gemiddelde koersdaling). De RSI bij de grafieken op IEX.nl wordt berekend over een periode van zeven dagen.

Volatility Chaikin’s – Chaikin’s Volatility meet de volatiliteit van een aandeel aan de hand van het verschil tussen de hoogste en laagste koers tijdens een serie opeenvolgende beursdagen. Wanneer dit verschil oploopt stijgt de Chaikin’s Volatility en een afnemend verschil levert een daling op.

De indicator kan op twee verschillende wijzen worden geïnterpreteerd worden. Volgens de eerste denkwijze neemt de volatiliteit af als er een koerstop wordt gevormd en is een dalende Chaikin’s Volatility een aanwijzing voor een correctie. In het verlengde daarvan zou een stijgende volatiliteit en dus een oplopende Chaikin’s Volatility op een marktbodem wijzen.

Marc Chaikin, de ontwikkelaar van de indicator, hangt de theorie aan dat een snelle stijging van de volatiliteit op paniekverkopen kan wijzen. Dat zou een aanwijzing zijn dat de bodem is bereikt, terwijl een afnemende volatiliteit erop duidt dat een koersstijging op zijn einde loopt.

Berekening: Chaikin’s Volatility = 100 * [(EVM – EVM10)/EVM10]

Waarbij EVM het exponentieel voortschrijdend gemiddelde (een variant op het normale voortschrijdend gemiddelde waarbij de recente koersbewegingen zwaarder meewegen dan koersbewegingen die langer in het verleden liggen) is van het verschil tussen de hoogste en laagste koers op de voorgaande tien beursdagen.

EVM10 is het exponentieel voortschrijdend gemiddelde van het verschil tussen de hoogste en laagste koers tussen de hoogste en laagste koers op de tien beursdagen die vooraf ging aan de meest recente serie van tien beursdagen.

Bollinger Bands (20,2) – De Bollinger Bands geven een indicatie van de richting en de volatiliteit van een beursfonds. Als de koers opwaarts door de bovenste Bollinger Band uitbreekt is dat een signaal dat het beursfonds te snel is gestegen.

Een koers die onder de laagste Bollinger Band terecht komt is een aanwijzing dat het beursfonds te snel is gedaald en dus ondergewaardeerd is. Een verbreding van de ruimte tussen beide lijnen erop dat de volatiliteit van het aandeel is toegenomen.

John Bollinger, de ontwikkelaar van de indicator, merkt op dat een versmalling van de banden een aanwijzing is voor een snelle prijsbeweging. Volgens Bollinger wijst de vorming van een top of een bodem buiten de banden gevolgd door een vergelijkbare beweging binnen de banden op een trendomkeer.

Berekening: Het midden van de Bollinger Bands (niet afgebeeld bij grafieken op iex.nl) is het twintig-daags voortschrijdend gemiddelde. Vervolgens wordt de standaardeviatie berekend van de afwijking van de slotkoers op de twintig voorgaande beursdagen van dit voortschrijdend gemiddelde. De bovenste Bollinger Band ligt twee maal de standaarddeviatie boven het voorschrijdend gemiddelde en de onderste band ligt twee maal de standaarddeviatie onder het voortschrijdend gemiddelde.

Indien u vragen of opmerkingen heeft, mail ons op grafieken@iex.nl

Vriendelijke groeten,
Redactie IEX.nl