Login
 

Appeltje voor de fiscus

Door Marcel Tak op 20 okt 2003 om 16:14 | Views: 13.258

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, dit wordt een saaie column. We keren ons voor even af van de hectische wereld van beleggen. Geen dramatische koersschommelingen, winstwaarschuwingen of boekhoudschandalen.

Deze column gaat over sparen. Bent u daar nog? Sparen is de tien kilometer van het schaatsen, de vlakke etappe in de Tour de France, een wedstrijd van het Nederlands elftal inclusief verlenging. Sparen is het kijken naar groeiend gras. Of eigenlijk kunstgras, met de huidige lage renteniveaus.

Van sparen wordt niemand beter, zo lijkt het. De fundamentele analist kan zich toch moeilijk uitleven in een grondige analyse van de kansen van een spaarrekening bij ING in de komende jaren. En de technisch analist die een weerstandpunt voor de spaarrekening van ABN Amro berekent, kan zich melden bij het steunpunt voor geflipte analisten.

De effectenhandel heeft al helemaal geen belang bij de spaarder, die niets moet hebben van kopen, verkopen en draaien. De vraag is nu of de spaarder zelf wel iets te winnen heeft bij zijn eigen spaarzin. Sparen heeft een weinig dynamische uitstraling. Toch is sparen populair. Een appeltje voor de dorst, wie wat bewaart die heeft wat, wat in een goed vat zit, verzuurt niet.

180 miljard euro spaargeld
Er zijn genoeg gezegdes en spreekwoorden die refereren aan de Nederlandse spaarzin. Het spaartegoed van Nederlandse ingezetenen bij de banken bedraagt ongeveer 180 miljard euro. De populariteit van sparen is de afgelopen jaren zelfs toegenomen, ondanks de gedaalde rente. Dat is makkelijk te verklaren.

De rampzalige ontwikkelingen op de financiële markten hebben beleggers op hardhandige wijze getoond dat het vooruitzicht op extra rendement een verhoging van risico met zich meebrengt. De belegger belandde de afgelopen jaren met beide benen op (in) de (af-)grond. De spaarder echter vertoonde zich weer met goed fatsoen op verjaardagsfeestjes. Het veilige sparen is weer in.

Maar zijn daar dan geen risico’s aan verbonden? Zeker wel. Het betreft echter een andersoortig risico dan het risico dat gepaard gaat met beleggen. De belegger stelt zijn vermogen voor langere tijd beschikbaar aan derden. Die kunnen met de aan hen toevertrouwde middelen investeren. Die investeringen leveren rendement op.

Geen relatie met inflatie
De meer risicomijdende belegger in obligaties ontvangt een vast bedrag in de vorm van rente voor het beschikbaar stellen van zijn vermogen. Voor het risicodragend kapitaal (aandelen) staat het rendement vooraf niet vast. De aandelenbelegger deelt mee in de nettobaten van het betreffende bedrijf. Spaarders hebben niet de intentie hun geld voor langere tijd uit te lenen aan derden.

Zij willen vaak direct, of op korte termijn, de beschikking houden over hun vermogen. Dat betekent dat het uitgeleende geld niet of nauwelijks gebruikt kan worden voor productieve investeringen. Een belangrijk deel van de spaargelden dient daarom ter financiering van de kortlopende kredieten aan huishoudens, bedrijven en overheid.

De rentevergoeding op spaargelden kan dus nauwelijks gekoppeld worden aan het rendement op langjarige investeringen. Ook is er geen (directe) relatie met macro-economische omgevingsfactoren als inflatie of begrotingstekorten. De hoogte van de spaarrente is rechtstreeks gekoppeld aan de rentetarieven van de centrale bank, de ECB.

Rol centrale banken
Daar zit het risico voor de spaarder. Terwijl de obligatie- en aandelenbelegger in hun vergoedingseis de macro-economische verwachtingen meenemen, is de spaarder overgeleverd aan het monetaire beleid van de centrale bank. Dat monetaire beleid is gebaseerd op twee pijlers: prijsstabiliteit en het bevorderen van economische groei.

In Europa richt de ECB zich met name op de eerstgenoemde doelstelling. Dat betekent dat bij een dreigende oplopende inflatie de korte rente stijgt, terwijl bij een dalend prijspeil de korte rente weer afneemt. Met het huidige beleid van de ECB komt de spaarder nog goed weg. In de VS en Japan kijken de centrale banken veel meer naar de economische omstandigheden.

Door de gematigde vooruitzichten is de korte rente in Japan en de VS veel lager dan die in Europa en krijgen spaarders aldaar nauwelijks een rentevergoeding. De Nederlandse spaarder heeft desalniettemin het gevoel dat de huidige lage rente niet voldoende is om de inflatie bij te houden. Dat heeft een aantal oorzaken. Ten eerste wordt het rentebeleid op Europees niveau gevoerd.

Nederlandse inflatie is geen Europese inflatie
Uitgangspunt van het monetaire beleid is de gemiddelde Europese inflatie. Helaas lag de inflatie in Nederland de afgelopen jaren (veel) hoger dan het Europese gemiddelde. Als het monetaire beleid nog in handen zou zijn geweest van De Nederlandsche Bank zou de korte rente de afgelopen jaren ongetwijfeld hoger hebben gelegen, en daarmee de spaarrente.

Een tweede reden voor de gedachte dat de korte rente te laag is in verhouding tot de inflatie is dat voor het gevoel de prijzen sterker zijn gestegen dan de officiële cijfers aangeven. De gevoelsinflatie is zo hoog door de prijsstijgingen van de dagelijkse consumptiegoederen. De prijsontwikkeling in de horeca is een treffend voorbeeld.

De duurzame consumptiegoederen zijn echter veel minder in prijs gestegen. Soms is er zelfs sprake van prijsdalingen. Dat fenomeen bestaat al tientallen jaren voor elektronische producten. Uiteindelijk is voor spaarders de prijsontwikkeling van duurzame goederen belangrijker. Sparen doe je immers niet om later een biertje te kunnen kopen.

Fiscus buiten de realiteit
Inflatie is in principe de vijand van de spaarder. Toch blijkt op lange termijn de rentevergoeding op spaarrekeningen voldoende te zijn om de geldontwaarding bij te houden of zelfs te overtreffen. Vanaf 1982 bedroeg de gemiddelde jaarlijkse inflatie 2,4%. Voor meer duurzame goederen als woninginboedels is de gemiddelde prijsstijging nog lager: slechts 1,5%.

De gemiddelde korte rente kwam over dezelfde periode uit op 5,3%. De outperformance is vooral begin jaren negentig tot stand gekomen toen de korte rente zeer hoog was door de specifieke omstandigheden in Europa (Duitse hereniging). Vanaf 2000 is de gemiddelde rentevergoeding net voldoende om de inflatie te compenseren.

Dat spaarders er in reële termen toch nog flink op achteruitgaan, is te danken aan de eigen overheid. Die scheert alle vermogens over één kam via een algemene belastingheffing van 1,2%. Bij een spaarrente, die in veel gevallen de 3% niet overschrijdt, is dat wel een heel hoge aanslag. Uitgangspunt van de fiscus was de gedachte dat een minimaal rendement van 4% mogelijk is.

Rente van 1%
Maar zelfs met een internetspaarrekening zijn dergelijke percentages onhaalbaar. De vraag is of de huidige korte rente nu als hoog of als laag moet worden gezien. Dat hangt van het perspectief af. Bezien vanuit de recente historie is de rente laag. In de jaren '90 lag de rente merendeels boven de 5%. Gaan we uit van de huidige economische situatie dan is de rente op spaargeld hoog.

Met de VS en Japan als voorbeeld zouden rentepercentages van rond de 1% beter bij de huidige economische situatie passen. Vanuit de hoogte van de inflatie beargumenteerd is de rente juist weer laag. Inclusief de belasting is de rentevergoeding de laatste jaren nauwelijks voldoende om de inflatie bij te benen.

Er is nog een andere manier de hoogte van de rente te beoordelen. Om de verkoop van hun producten te stimuleren hanteren bedrijven het instrument van prijsconcurrentie. Maar het kan ook anders. “Koop nu, betaal in 2005”, is een bekende reclameslogan bij een lage rentestand. De kosten voor de producent van dergelijke aanbiedingen zijn dan beperkt.

Sparen niet voor losers
Bij een hoge rente, zoals we dat zagen begin jaren negentig, werd de markt overspoeld met aanbiedingen waarin de consument het aankoopbedrag na een bepaalde periode terug zou krijgen. Door de hoge rente kon de leverancier het aankoopbedrag snel terugverdienen. Dat dit in de praktijk vaak mis ging, is een ander verhaal.

Het feit dat meeste aanbiedingen zich nu weer richten op uitgestelde betaling geeft aan dat de leveranciers/producenten de huidige rente in ieder geval als laag beoordelen. Vanuit diverse gezichtspunten bezien is de rente dus laag. Dat is jammer voor de spaarder. Maar daarmee is sparen nog niet iets voor losers.

Zoals de afgelopen jaren hebben bewezen garandeert het aanhouden van een spaarrekening een betere nachtrust dan avontuurlijke beleggingen. Die winst zou het lange termijn rendement op aandelen en obligaties wel eens ver kunnen overtreffen.


Klik hier om te reageren en te discussiëren

Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en was hiervoor werkzaam op het ministerie van Financiën. Op moment van publicatie had Tak geen positie in de genoemde aandelen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op tak@iex.nl.




Marcel Tak is zelfstandig beleggingsadviseur en oprichter/beheerder van het Bufferfund. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Reacties

Plaats een reactie

Meedoen aan de discussie?

Word nu gratis lid of log in met je emailadres en wachtwoord

Auteur Meer»

Marcel Tak

Volgen
 
Klik hier om dit lid te volgen en automatisch op de hoogte gehouden te worden van zijn/haar activiteit op IEX.nl.
Marcel Tak is dé special product-specialist van IEX en IEXProfs, maar schrijft ook graag over rente, obligatiemarkt en toezicht als hij zich daartoe geroepen voelt. "De financiële sector is...

Recente columns van Marcel Tak:

11:15 Periodiek beleggen: uitweg bij c... 1
17 mei Overgeleverd aan Kifid en ACM 10
10 mei Euro tot mislukken gedoemd? 88
Gesponsorde links

Meer »

QA MANAGER (Koog aan de Zaan)

Je bent o.a. verantwoordelijk voor het voorbereiden, ontwikkelen en realiseren van het kwaliteitsbeleid en voedselveiligheidssysteem. 15:00 - OLAM COCOA BV

14:01 Sales Manager Food (Almere)
13:01 Lader en Losser in Veendam (VEENDAM)
13:01 Quality Control Supervisor (Doetinchem)