Ontvang nu dagelijks onze kooptips!

word abonnee
Van beleggers
voor beleggers
desktop iconMarkt Monitor

Beleggingspauze om box 3-belasting te besparen: slim idee?

Beleggers moeten veel meer box 3-belasting betalen dan spaarders. Is het slim om uw beleggingen nu te verkopen en de opbrengst tijdelijk op een spaarrekening te parkeren?

Eindejaarstips 2025: vermogensbelasting box 3 besparen door schuiven met spaargeld en beleggingen
Beeld: © iStock

2026 staat voor de deur. Gelet op het hoge tarief dat beleggers moeten afdragen aan vermogensbelasting in box 3, lijkt het slim om snel uw beleggingen te verkopen en de opbrengst tijdelijk op een spaarrekening te parkeren. Maar schijn bedriegt.

Lees hier deel 1 van onze miniserie met eindejaarstips 2025: 6 tips om op de valreep vermogensbelasting te besparen

2026 staat voor de deur. Door handig met geld te schuiven, kunt u op de valreep verrassend veel geld besparen. In een korte serie geven we u hiervoor handige tips. In het eerste deel verkenden we de mogelijkheden om vermogensbelasting te besparen door bijvoorbeeld af te lossen op schulden, grote aankopen naar voren te halen of te sparen voor een pensioen via een lijfrente.

In dit tweede deel zoomen we in op de mogelijkheid om binnen box 3 van de inkomstenbelasting vermogen te verplaatsen van de ene naar de andere categorie.

Hoe zit het ook alweer?

Over het tegoed op de betaalrekening en de waarde van spaargeld, beleggingen, cryptovaluta en een eventueel vakantiehuis moet u belasting betalen in box 3 van de inkomstenbelasting. Althans, voor zover dat vermogen uitkomt boven een bepaalde vrijstelling. Die vrijstelling gaat in 2026 waarschijnlijk omlaag van €57.684 naar €51.396 (of €102.792 met fiscaal partner). Hierdoor moeten meer Nederlanders straks belasting betalen over hun vermogen en wordt dat vermogen ook forser belast. 

Tegenbewijsregeling

Afgelopen zomer is de zogeheten Wet tegenbewijsregeling box 3 van kracht gegaan. Dit houdt in dat belastingplichtigen de mogelijkheid krijgen om belasting te betalen over het werkelijk behaalde rendement in plaats van over een fictief percentage.

De wet loopt vooruit op een nieuw stelsel voor vermogensbelasting in Box 3, waarin verzonnen rendementen definitief tot het verleden behoren. Dit stelsel moet in 2028 ingaan.

De tegenbewijsregeling geldt vanaf belastingjaar 2017, maar niet iedereen kan met terugwerkende kracht alles terugvorderen. Over de eerste jaren (2017 tot en met 2020) mag u alleen van de regeling gebruikmaken:

  • als u eerder bezwaar heeft aangetekend
  • voor aanslagen die nog niet definitief waren op 24 december 2021: het arrest van de Hoge Raad
  • voor aanslagen die wel zijn opgelegd, maar nog niet onherroepelijk vaststonden.

Over de jaren daarna mag wél iedereen van de regeling gebruik maken. 

Had u over eerdere jaren geen bezwaar aangetekend, dan moet u de uitspraak afwachten van een massale bezwaarprocedure voor niet-bezwaarmakers in de jaren 2017 tot en met 2020. Mocht de Hoge Raad de belastingplichtigen in het gelijk stellen, dan valt ook iedereen die geen bezwaar had aangetekend onder de regeling. U krijgt in dat geval een brief van de Belastingdienst.

Over elke euro boven die vrijstelling die u op 1 januari bezit (de zogeheten peildatum) moet u belasting betalen. De hoogte daarvan hing vroeger uitsluitend af van de omvang van dat vermogen: hoe meer u had, hoe meer u moest neertellen. Voor de fiscus maakte het niet uit of dat geld vooral op een spaarrekening stond of was belegd. Maar die tijd ligt al een poos achter ons.

Fictief rendement

De Belastingdienst kijkt nu naar de werkelijke verdeling van dat vermogen over spaargeld en beleggingen op 1 januari. Daarbij wordt tot er een nieuw stelsel is (vermoedelijk in 2028) nog wel uitgegaan van een fictief rendement per categorie.

Beleggers springen daar niet gunstig uit. Aandelen, obligaties, een tweede woning en cryptovaluta vallen namelijk in de categorie 'beleggingen en andere bezittingen'. En daarover rekent de Belastingdienst met een aanzienlijk hoger percentage dan bij spaartegoeden:

  • Voor beleggingen geldt in 2026 een fictief rendement van 7,78%
  • Het fictieve rendement over spaargeld over 2026 is nog niet bekend, maar dit jaar is dat 1,44%. 

Hierover betaalt u 36% belasting (zowel dit jaar als in 2026). Beleggers betalen dus straks netto 2,80% belasting over hun vermogen en spaarders 0,52%.

Schuiven met vermogen

Met zulke grote verschillen is het verleidelijk om vlak voor de jaarwisseling uw beleggingen te verkopen, de opbrengst op een spaarrekening te zetten en in het begin van het nieuwe jaar weer in te stappen. Dit levert immers een gunstiger vermogensverdeling op, waardoor u aanzienlijk minder belasting verschuldigd bent.

Vooral als u vrij defensief belegt en een groot vermogen in relatief veilige, maar nauwelijks renderende staatsobligaties heeft gestoken, kan dit een wenkend perspectief zijn. De kans is immers groot dat u belasting betaalt over rendement dat u niet maakt, terwijl de risicopremie ten opzichte van spaargeld laag is.

Aan deze oplossing kleven echter diverse nadelen. Ten eerste bent u dubbele kosten verschuldigd als u belegt bij een broker die transactiekosten in rekening bent.

Ten tweede loopt u het risico dat u rendement misloopt als de koersen stijgen terwijl u uw geld aan de zijlijn hebt geparkeerd. December staat bekend als een bovengemiddeld goede beursmaand (garantie tot de deur). De beleggingspauze kan uiteraard ook gunstig uitpakken, als de markten na uw exit dalen. Maar dat is dan puur toeval.

Peildatumarbitrage

Ten derde zitten er juridische haken en ogen aan. De overheid heeft het trucje van heen en weer schuiven van vermogen (peildatumarbitrage genoemd) allang voorzien en die route afgesloten.

Als de periode tussen de verkoop en aankoop van uw beleggingen korter is dan drie maanden en 1 januari binnen die periode valt, kan de Belastingdienst ingrijpen. Het geld dat tijdelijk op een spaarrekening is geparkeerd wordt in dat geval alsnog aangemerkt als belegging, tenzij u kunt onderbouwen dat belastingontwijking niet het doel was. 

Dit laatste kan het geval zijn als u een trader bent die doorlopend in- en uitstapt en deze transacties in een patroon vallen. Of als u met harde bewijzen kunt aantonen dat u geld wilde reserveren voor een grote aankoop die niet is doorgegaan. Dat is niet eenvoudig.

Kunt u niets bewijzen, dan heeft u extra pech: u heeft mogelijk én een lager rendement én u moet de hoofdprijs betalen in box 3. Mogelijk komt daar nog een vergrijpboete en zelfs strafrechtelijke vervolging bij. Een driedubbele straf dus.

Belasting over werkelijk rendement

Ten vierde schiet u er belastingtechnisch weinig mee op. Want als u over uw beleggingen minder rendement dan die 7,78% behaalt, mag u er ook voor kiezen om gebruik te maken van de zogeheten tegenbewijsregeling (zie kader hierboven). Er wordt in dat geval alleen belasting geheven over het lagere, werkelijke rendement.

Hoe die regeling praktisch in zijn werk gaat, kunt u lezen in dit artikel.

Trucje

Beleggers konden via een slimme truc minder belasting betalen over obligaties, doordat opgebouwde rente niet goed werd meegerekend. Maar het kabinet heeft dit belastinglek gedicht, zodat die rente voortaan wel meetelt (met terugwerkende kracht vanaf 25 augustus 2025).

U mag zelf bepalen hoe u uw vermogen wil laten belasten: over een fictief rendement of over het werkelijke rendement. In veel gevallen pakt de tegenbewijsregeling ongunstig uit. Zo mag u geen gebruik maken van het heffingvrije vermogen: elke euro wordt belast. Ook wordt geen rekening gehouden met kosten (zoals aan- en verkoopkosten van aandelen en kosten voor het aanhouden van een beleggersrekening).

Of betalen over het werkelijke rendement voor u voordelig uitpakt, hangt af van uw persoonlijke situatie. U maakt de grootste kans als u:

  • verlies heeft geleden op uw beleggingen
  • veel spaargeld had met een lage rente 
  • vastgoed bezat dat in waarde is gedaald

Obligaties of spaardeposito?

Belasting laten heffen over het werkelijke rendement kost wel wat meer uitzoekwerk. Heeft u een deel van uw beleggingsportefeuille ingeruimd voor geldmarktfondsen of degelijke staatsobligaties met een lage rente, dan kunt u ervoor kiezen om dat over te hevelen naar een spaarrekening of een spaardeposito.

Dit levert mogelijk wat minder rendement op, maar u bespaart wel wat administratieve rompslomp. Bovendien krijgt u bescherming via het depositogarantiestelsel. Dat is een vangnet dat spaargeld beschermt bij een mogelijk faillissement van de bank. Die bescherming geldt voor een bedrag tot €100.000 per persoon per bank.


Lees meer over Box 3:

Meld u aan voor de dagelijkse Beursupdate

Dagelijks een update van het laatste beursnieuws en beleggingskansen in uw mailbox!

 
Jasperien van Weerdt

Auteur:

Jasperien van Weerdt is redacteur bij IEX, IEXGeld, Belegger.nl en Beursduivel en auteur van het boek 'Financieel fit in 30 dagen'.

Reacties

2 Posts
| Omlaag ↓
2 Posts
|Omhoog ↑

Meedoen aan de discussie?

Word nu gratis lid of log in met je emailadres en wachtwoord.