Van beleggers
voor beleggers
desktop iconMarkt Monitor

Inloggen

  • Geen account? Registreren

Wachtwoord vergeten?

Ontvang nu dagelijks onze kooptips!

word abonnee

Regeerakkoord: glas, plas, was, vermogenstax?

Auteur: Arend Jan Kamp

Arend Jan Kamp is 24/7 van de vroege uurtjes voorbeurs tot de late uurtjes After Hours uw gastheer op IEX, als hij in geheel eigen stijl (bondig, maar toch uitbundig) de beursdag met u doorneemt. Van aandelen en indices, via commodities, langs de rentemarkten, naar haute finance tot politiek en centrale banken. Arend Jan is ...

Meer over Arend Jan Kamp

Recente artikelen van Arend Jan Kamp

  1. 24 jun Beetje bijkomen voorbeurs en hebt u deze plaatjes allemaal gezien? 3
  2. 23 jun Particulieren? Bearish, maar wél doorkopen 11
  3. 23 jun Het is voorbeurs recessie wat de klok slaat en er is weer zat aan de hand 10

Reacties

23 Posts
Pagina: «« 1 2 | Laatste | Omlaag ↓
  1. Tony B 18 december 2021 00:09
    Inkomsten zijn gelden die ik binnen zie komen op en kan overboeken van mijn bankrekening. Helaas kan ik geen koersstijgingen overboeken die nog niet gerealiseerd zijn.

    Ken je het gezegde van de huid niet verkopen voor de beer geschoten is? Dat geldt ook voor niet gerealiseerde rendementen. De vermogensrendementsheffing is zoals u allen weet een inkomsten belasting. Deze heeft daarom ook zijn grondslag in de Wet IB 1964.

    Waardestijgingen en dalingen van bezittingen worden in de wet IB niet gezien als inkomsten. Niet van huizen in box 1 en niet van aandelen of obligaties in box 3. Maar kennelijk ontgaat Fredje dit subtiele verschil.
  2. Tony B 24 december 2021 11:39
    Vers van de pers:

    Vermogensrendementsheffing box 3 voor 2017 en 2018 in strijd met het eigendomsrecht en discriminatieverbod, Hoge Raad biedt rechtsherstel
    24 december 2021

    De in het jaar 2017 ingegane wettelijke regeling van het belasten van spaargeld en overig vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting is in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).

    De wettelijke regeling houdt kort gezegd in dat, afhankelijk van de omvang van het vermogen, verondersteld wordt dat een deel van dat vermogen gespaard en een deel belegd wordt (de zogenoemde ‘vermogensmix’). Voor beide vermogenselementen is wettelijk vastgelegd welk rendement men geacht wordt daarmee te behalen (het forfait). Daarbij wordt geen rekening gehouden met de werkelijke keuze van belastingplichtigen of het daadwerkelijke rendement. De Hoge Raad ziet zich genoodzaakt om adequate rechtsbescherming te bieden tegen de geconstateerde schending van fundamentele rechten. Vaststaat welk rendement de belanghebbende in deze zaak werkelijk heeft behaald. Dit is lager dan het op basis van de wet veronderstelde rendement. Daarom biedt de Hoge Raad rechtsherstel aan deze belastingplichtige door alleen over dat werkelijke rendement belasting te heffen.
    De regeling

    Tot en met het jaar 2016 werd in box 3 belasting geheven over een vast rendement van 4 procent. Met dit percentage zocht de wetgever aansluiting bij rendementen die in de praktijk, over een langere periode bezien, gemiddeld zonder veel risico moeten kunnen worden behaald. Sinds 2017 heeft de wetgever de grondslag van het risico-arme rendement verlaten en in plaats daarvan aansluiting gezocht bij een gemiddelde verdeling van het vermogen en bij de rendementen die in voorgaande jaren gemiddeld zijn behaald op die vermogensonderdelen. Daarbij wordt, afhankelijk van de omvang van het vermogen, verondersteld dat een deel van het vermogen gespaard wordt en een deel belegd wordt (de zogenoemde ‘vermogensmix’). Belastingplichtigen worden dan ook niet aangeslagen op basis van de werkelijke verdeling van hun vermogen over spaargeld en andere beleggingen. Die verdeling, de ‘vermogensmix’, wordt in de wettelijke regeling gefingeerd. Wie een klein vermogen heeft, wordt verondersteld dat voor tweederde gedeelte in spaargeld te beleggen en voor een derde in overig vermogen; wanneer het vermogen groter is (tweede schijf), veronderstelt de wetgever dat het spaardeel nog maar 21 procent uitmaakt, en in de ‘derde schijf’ (vermogen boven de 1 miljoen euro) wordt verondersteld 0 procent spaargeld voor te komen.
    De zaak

    De zaak die in cassatie aan de Hoge Raad is voorgelegd is een van de zaken die wordt uitgeprocedeerd in een zogenoemde massaal-bezwaarprocedure. In die procedure is de vraag aan de orde of de vermogensrendementsheffing in box 3 van de inkomstenbelasting voor de jaren 2017 en 2018 in strijd is met het recht op eigendom en het verbod op discriminatie. Het vermogen van belanghebbende en zijn echtgenote van in totaal ongeveer 1 miljoen euro bestond voor circa 80 procent uit spaartegoeden met lage rente. Op basis van het forfaitaire stelsel wordt belanghebbende echter geacht 21 procent van zijn vermogen als spaartegoeden aan te houden en de rest van zijn vermogen te beleggen tegen een hoger rendement. Het gevolg hiervan is dat belanghebbende over veel hogere opbrengsten belasting moest betalen dan hij in werkelijkheid had genoten.
    Advies advocaat-generaal

    Advocaat-generaal Niessen heeft op 1 november jl. de Hoge Raad geadviseerd (opent in nieuw venster) (verwijst naar een andere website) om de vermogensmix buiten toepassing te laten in verband met strijdigheid met het recht op ongestoord genot van eigendom en het verbod op discriminatie.
    Oordeel Hoge Raad

    De Hoge Raad is van oordeel dat het sinds 2017 geldende forfaitaire stelsel verder af is komen te staan van een heffing over het inkomen waarvan kan worden aangenomen dat een individuele belastingplichtige dat daadwerkelijk heeft genoten, terwijl de wetgever dit wel heeft beoogd. Het nieuwe stelsel perkt de door het EVRM gegarandeerde recht om vrij te beschikken over eigendom in, doordat het een verhoudingsgewijs zware financiële last verbindt aan de keuze om niet over te gaan tot het risicovol beleggen van vermogen. Ook is het discriminerend doordat degenen die pech hebben gehad met hun risicovolle beleggingen relatief zwaar worden belast. Naar het oordeel van de Hoge Raad is er niet een redelijke verhouding tussen de belangen die de wetgever heeft willen dienen met het forfaitaire stelsel (uitvoerbaarheid, realiteit en opbrengst) en de ongelijkheid die met het stelsel wordt veroorzaakt. De Hoge Raad ziet zich genoodzaakt om belanghebbende adequate rechtsbescherming te bieden tegen de geconstateerde schending van zijn fundamentele rechten. In deze zaak staat vast welk rendement de belanghebbende werkelijk heeft behaald. Dit is lager dan het op basis van de wet veronderstelde rendement. Daarom biedt de Hoge Raad rechtsherstel aan deze belanghebbende door voor de jaren 2017 en 2018 alleen dat werkelijke rendement in de heffing te betrekken.
    Andere zaken in de massaalbezwaarprocedure

    De uitspraak van de Hoge Raad van vandaag heeft tot gevolg dat de Inspecteur nu kan beslissen op alle bezwaarschriften die zijn ingediend in de zaken die door de Staatssecretaris van Financiën zijn aangemerkt als massaalbezwaar.
    Publicatie op rechtspraak.nl

    ECLI:NL:HR:2021:1963
23 Posts
Pagina: «« 1 2 | Laatste |Omhoog ↑

Meedoen aan de discussie?

Word nu gratis lid of log in met je emailadres en wachtwoord

Lees verder op het IEX netwerk Let op: Artikelen linken naar andere sites

Gesponsorde links