jrxs4all weet ik, maar nu we toch haarkloven:
Jouw berekening geldt alleen als je na goed raden daarna nog een keer goed kan raden. anders is het 1/10000+1/9999*9999/10000+ 1/9998*9998/10000 (=corrigeren voor de kans dat de eerste keer al goed was!) komt precies op 0.03 % uit.
het verschil tussen de 2% en de .03% zit in de omschrijving. Die is niet exact genoeg simpel, omdat het de journalist boven de pet gaat (of eigenlijk is het een soort van cijfer angst/blindheid. Want als je hem/haar dwingt het te beredeneren wordt het licht wel gevonden)
@voda
Mijn boodschap was dus eigenlijk te vertalen. De kans dat een journalist die cijfers presenteert maar er duidelijk geen enkel gevoel hiervoor heeft toch de juiste conclusies trekt is in de buurt van zijn 2%.
Even concreet:
"Onderzoeker Joseph Bonneau legt uit: 'Ongeveer een kwart van alle personen houdt de door de bank ingestelde pincode. Een derde kiest een pin op basis van een oud telefoonnummer of identiteitsbewijs. Nog eens vijf procent van de gebruikers kiest voor een cijfermatig patroon, bijvoorbeeld 4545, of voor een patroon op het nummeriek toetsenbord.'"
Dit komt van de onderzoeker en dit is wat de journalist als conclusie trekt:
De totale groep die voor een, zo goed als willekeurige code kiest, zo'n 77 procent, geeft dieven slechts een kans van ongeveer 2 procent hun code te kraken.
Een kans die 0.03% zou moeten zijn maar 2% is 66.7 keer groter. Dat is dus verre van "zo goed als willekeurig". Hooguit schijnbaar of enigzins willekeurig. Of is een 67 keer grotere winkans verwaarloosbaar in een loterij???
de bos