IEX woordenboek G t/m M
Klik hier voor woordenboek A t/m F
Klik hier voor woordenboek N t/m T
Klik hier voor woordenboek U t/m Z
G - H - I - J - K - L - M
G
Gamma
Geeft aan in welke mate de delta van een optie verandert als gevolg van koersveranderingen van de onderliggende waarde.
Gap
Een gat in een koersgrafiek.
Dit is het gedeelte in de grafiek waar geen handel heeft plaatsgevonden.
Gap-analyse
Methode voor het berekenen
en beheersen van het renterisico. De gap is in dit geval het verschil tussen de contractuele rentetypische looptijden van activa en passiva in een bepaalde periode. Geeft het renteherzieningsrisico.
Gap-filling
Een korte correctie op een voorgaande te sterke koersbeweging.
Gearing
De mogelijke winst op een optie, future
of warrant kan procentueel hoger zijn dan de mogelijke winst op de onderliggende waarde, omdat een kleinere investering genoeg kan zijn terwijl de winstkansen gelijk zijn. Zie ook hefboom.
Het ratio van de verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen.
Geldmarkt
De markt waarop geld met een looptijd van korter dan één jaar wordt geleend of uitgeleend.
Geldmarktrente
Rente op een lening met een relatief korte looptijd van één tot twaalf maanden. Zie ook: korte rente.
Generally Accepted Accounting Principles (GAAP)
Wettelijk vastgestelde regels op het gebied van de financiële verslagleging.
Goodwill
Immateriële activa door een
overname. De betaalde goodwill bij een overname is het verschil tussen de prijs die voor een overgenomen bedrijf is betaald en de waarde van het eigen vermogen van het bedrijf.
Goodwill impairment
Bedrijven moeten (volgens de Amerikaanse wetgeving) ten minste eens per jaar nagaan
of het bedrag waarvoor de betaalde goodwill op de balans staat nog reëel is. Als dit niet geva is moet de onderneming een deel van de goodwill afschrijven. Het eigen vermogen neemt hierdoor af.
Greenshoe
De mogelijkheid dat na een beursintroductie extra aandelen in omloop worden gebracht.
Groeiproduct
Gestructureerd product waarvan de uitbetaling op einddatum plaatsvindt en dat tussentijds uitkeringen doet.
Terug naar boven
H
Hammer
Term uit de technische analyse. Een candle met een kleine (of geen) bovenschaduw en een lange onderschaduw. De lange onderschaduw moet minstens tweemaal de lengte van het lichaam hebben. Een hammer is vaak een indicator van het einde van een dalende trend. Kopers stappen in de markt.
Handelszone
Term uit de technische analyse. Het gebied tussen de hoogste en laagste koersen gemeten over een bepaalde periode, waarbinnen de koers zich beweegt. Een handelszone wordt grafisch weergegeven door een lijn die alle hoogste punten met elkaar verbindt
en een lijn die alle laagste punten met elkaar verbindt. In het Engels: tradingrange.
Hang Seng
De Hang Seng is de index met de 33 grootste aandelen op de aandelenmarkt van Hongkong.
Hedge
Een hedge wordt gebruikt om bepaalde risico’s af te dekken. U kunt bijvoorbeeld een aandelenpakket afdekken op koersdalingen met putopties van dezelfde onderliggende waarde. De constructie die u hiervoor nodig heeft, heet een hedge.
Hedgefund
Oorspronkelijk een beleggingsfonds dat risico's afdekt met opties en andere derivaten. Tegenwoordig wordt de term hedgefunds gebruikt als verzamelnaam voor fondsen die absolute, marktneutrale rendementen proberen te realiseren en een lage correlatie hebben met meer traditionele beleggingen in aandelen en/of obligaties.
Hedge-ratio
Geeft aan in welke mate de delta van een optie verandert als gevolg van koersveranderingen van de onderliggende waarde, uitgedrukt als een verhoudingsgetal tussen 0 en 1.
Hefboom
Extra hoge participatie in een structured product of optie om bovengemiddeld te profiteren van een eventuele koersstijging van de onderliggende waarde. (In het Engels: Leverage.)
High
Een hoogste
punt op een grafiek in een bepaalde periode.
Historische volatiliteit
De beweeglijkheid van een onderliggende waarde ten opzichte van een index over een bepaalde periode.
Hoofdsomgarantie
Door de uitgevende instelling van een structured product afgegeven garantie dat aan het eind van de looptijd minimaal de hoofdsom wordt uitgekeerd, ongeacht het verloop van de onderliggende waarde.
Terug naar boven
I
Implied
volatiliteit
De beweeglijkheid afgeleid uit de marktprijs van een optie. Een graadmeter voor de verwachte beweeglijkheid van de onderliggende waarde gedurende de resterende looptijd van de optie.
Index
Een index is een verzameling effecten die zo is samengesteld dat ze een bepaald gedeelte van de markt representeert. Veel genoemde indices zijn de Dow Jones Industrial Average, de S&P 500 en de AEX-index. Veel fondsen kiezen ervoor om hun prestaties
te evalueren aan de hand van een index (de benchmark).
Indexfonds
Een indexfonds is een fonds dat zo nauwkeurig mogelijk een bepaalde index volgt met als doel om hetzelfde rendement als deze index te behalen. De fondsmanager bestudeert de samenstelling van de index en veranderingen daarin nauwkeurig om de portefeuille van zijn fonds een zo goed mogelijke afspiegeling te laten zijn
van de index.
Indexoptie
Een optie op een index.
Indicator
Een wiskundige bewerking, gebruikt in de technische analyse, van de prijs en/of het volume. Meestal wordt de prijs onderscheiden naar: open, hoog, laag en slot. De indicatoren zijn onder te verdelen in drie categorieën: trendvolgende, trading- en changing-indicatoren.
Inkomensproduct
Gestructureerd product dat periodieke uitkeringen doet gedurende de looptijd.
In-the-money
(ITM)
Als de uitoefenprijs van een call lager is dan de koers van de onderliggende waarde. Voor een put geldt het omgekeerde. Hoe meer ITM, hoe sterker de optie op koersveranderingen van de onderliggende waarde reageert.
Inflatie
Stijging van het algemeen prijspijl.
Initial Public Offering (IPO)
Een emissie waarbij aandelen of obligaties voor het eerst een beursnotering krijgen.
Interimdividend
Dividend dat tussentijds aan aandeelhouders wordt uitgekeerd, later volgt dan slotdividend.
Intraday
Het
weergeven van koersgegevens over periodes kleiner dan een dag. Dit kan variëren van bijvoorbeeld 5 minuten tot 15 minuten of 1 uur.
Intrinsieke waarde
De intrinsieke waarde vertegenwoordigt de brutowinst die een onmiddelijke uitoefening van een optie oplevert. Dus het positieve verschil tussen de beurskoers en de uitoefenprijs. Bij aandelen is het
de theoretische waarde van een aandeel (activa minus passiva gedeeld door het aantal uitstaande aandelen).
Island reversal
Term uit de technische analyse. Een island reversal is een omkeerpatroon: na dit patroon is de verwachting dat de koers de andere kant zal opgaan.
Terug naar boven
J
Junk bond
Een junk bond is een obligatie die een hoge rentevergoeding biedt vanwege de hoge kans dat de uitgevende instelling niet aan haar verplichtingen kan voldoen. Junk bonds worden tegenwoordig ook high yield-obligaties genoemd en zijn geschikt voor
beleggers die een hoger risico willen nemen.
Terug naar boven
K
Kapitaalmarkt
Markt waar waardepapieren worden verhandeld met een looptijd van langer dan één jaar.
Kapitaalmarktrente
Rente op leningen met een relatief lange looptijd. Wordt ook wel lange rente genoemd.
Kerninflatie
Prijsstijging exclusief prijsstijgingen in de sectoren voeding en energie.
Keuzedividend
De aandeelhouder mag kiezen tussen dividenduitkering in contanten of in de vorm
van aandelen.
Knock-in optie
Bij een knock-in optie moet de koers van de onderliggende waarde eerst een bepaald
niveau hebben bereikt voordat de optie actief wordt. Dit niveau kan zowel boven als onder de uitoefenkoers liggen.
Knock-out optie
Een knock-out optie is het tegenovergestelde van een knock-in optie. Als de koers van de onderliggende waarde een bepaald niveau bereikt, vervalt de optie.
Koersdoel
Een prijsniveau waarvan
wordt aangenomen dat de koers zich daarheen beweegt. Koersdoelen kunnen binnen de technische analyse onder meer worden bepaald aan de hand van steun, weerstand,
koerspatronen en /of retracements.
Koerspatroon
Een patroon in de koersontwikkeling aan de hand waarvan met een zekere mate van betrouwbaarheid uitspraken kunnen worden gedaan over het toekomstig koersverloop.
De patronen zijn onder te verdelen in drie categorieën: omkeer, consolidatie en continuatie.
Koerswinst
Een
koerswinst is de winst gemaakt op de verkoop van een belegging zoals bijvoorbeeld een beleggingsfonds. Het verlies op de verkoop wordt een koersverlies genoemd.
Koerswinstverhouding
De koerswinstverhouding (k/w) is een kengetal dat wordt berekend door de aandelenkoers te delen door de winst per aandeel. Ondernemingen waarvan verwacht wordt dat ze
een sterke groei zullen doormaken, hebben doorgaans hogere k/w's dan ondernemingen met een lage groei. Als een aandeel een koers van 16 euro heeft en de winst per aandeel is 4 euro, is de koerswinstverhouding 4. Een aandeel dat evenens 16 euro
noteert, maar een winst per aandeel heeft van 6 euro, heeft een k/w van 2,67. Het omgekeerde van de koerswinstverhouding is de earnings yield.
Kredietrating
Kredietbeoordelingsinstellingen zoals Moody's en S&P geven met hun kredietrating aan wat de kredietwaardigheid van landen en bedrijven is. Kredietratings van AAA, AA, A en BBB zijn zeer positief (dus de kans op een faillisement is zeer klein).
Vanaf BB is de kredietwaardigheid minder en bij CCC tot C is er een aanzienlijk risico. DDD tot D betekent dat crediteuren niet langer rente of hoofdsom betaald krijgen.
Korte rente
Rente
op een lening met een relatief korte looptijd van één tot twaalf maanden. Zie ook: geldmarktrente.
Terug
naar boven
L
Laatkoers
De laatkoers is de prijs waartegen een belegger aandelen in een beleggingsfonds kan kopen.
Laatprijs
Prijs
waartegen een tegenpartij een optie wil laten, ofwel verkopen.
Lagging
Het achterblijven van de markt,
indicator of trend.
Leading indicator
Leading indicators zijn reeksen van economische cijfers waarvan gebleken is dat
veranderingen een voorspellende waarde hebben voor de gang van zaken in de rest van de economie. Voorbeelden van leading indicators zijn het aantal werkuren in een week, prijzen van ruwe en intermediaire goederen, en de uitgegeven bouwvergunningen.
Vooral in de Verenigde Staten wordt naar publicatie van leading indicators uitgekeken.
Leverage
Zie hefboomeffect.
Light-opties
Opties die betrekking hebben op een onderliggende waarde die ééntiende is van de index.
Limietorder
Order met een prijslimiet. Beleggers willen minimaal de limietprijs ontvangen (bij een verkooporder) of maximaal de limietprijs betalen (bij een kooporder).
Limited Risk Certificates
(Lirics)
Certificaten waarmee geprofiteerd kan worden van koersstijgingen, het belegd vermogen wordt beschermd bij koersdalingen. Wordt ook clickfonds genoemd.
Liquiditeit
De liquiditeit geeft weer hoe makkelijk het is om een aandeel of ander effect te kopen of verkopen zonder een grote invloed te hebben op de koersvorming. De
markt is liquide als er voldoende kopers en verkopers zijn om een redelijk handelsvolume
te waarborgen.
Liquiditeitsrisico
Het risico dat een positie net snel tegen een marktconforme prijs kan worden afgehandeld.
London Interbank Offered Rate (Libor)
Libor is de rente die de grootste en meest kredietwaardige internationale
banken elkaar in Londen in rekening brengen als ze aan elkaar lenen.
London Stock Exchange
Gestart in 1973 door de combinatie van zes regionale beurzen van Groot Britannië en Ierland, is de London Stock Exchange
(LSE) één van de grootste beurzen ter wereld. Bekendste index op de LSE is de FTSE 100.
Longpositie
Een gekochte positie.
Lookback
Structured product-constructie waarin de startkoers van de onderliggende waarde niet op de dag van de uitgifte wordt vastgesteld, maar gedurende een periode na
uitgifte.
Looptijd
De periode tot de expiratie- of aflossingsdatum.
Lopende rente
De rente op een obligatie vanaf de laatste vervaldag van de coupon tot aan de settlementdatum die geldt voor de betreffende aan- of verkoop van de obligatie.
Low
Een laagste punt op een grafiek in een bepaalde periode.
Terug naar
boven
M
Maand-op-maand (MOM)
Procentuele verandering ten opzichte van de vorige maand.
Margin
Een verplicht aan te houden rservering in geld of aandelen voor het dekken van een shortpositie. De hoogte van de marginverplichting kan elke dag anders zijn.
Mandje
Verzameling obligaties of aandelen met als doel een index na te bootsen of het risico te spreiden.
Marketmaker
Professionele tussenpersoon die via het continu noteren van bied- en laatprijzen voor een bepaalde beurswaarde een markt maakt.
Markettiming
Markettiming is een beleggingsstrategie waarbij beleggers switchen tussen verschillende effecten of in en uit de markt stappen in de hoop te profiteren van verschillende
economische of technische veranderingen waarvan zij verwachten dat die invloed zullen hebben op de markt.
Marktaandeel
Het deel van de markt dat door een onderneming wordt bediend.
Marktkapitalisatie
Het aantal uitstaande aandelen vermenigvuldigd met de actuele beurskoers.
Marktrisico
Dat deel van een koersbeweging van een aandeel dat kan worden verklaard door de beweging van de totale markt. Zie ook bèta.
Maturity
Maturity is de datum waarop de hoofdsom van een vastrentende belegging, zoals een obligatie, zal worden terugbetaald. De maturity, oftewel de afloopdatum, van
een vijfjaarsobligatie die is uitgegeven op 1 november 2000 is 1 november 2005.
Middeling
In structured products toegepaste techniek waarbij gedurende (een deel van) de looptijd de koers van de onderliggende waarde wordt vastgelegd ter berekening van de eindwaarde. Eventuele koerswinst kan voor het het vastgelegde deel niet meer verloren gaan, maar verdere koerswinst is ook niet mogelijk.
Minority
Aandelenbelang van minder dan 50% dat een bedrijf in een ander bedrijf heeft. Ook wel minderheidsdeelneming genoemd.
Mismatch
Verschil in rentetypische looptijd van activa en passiva voor banken, verzekeraars en pensioenfondsen.
Moedermaatschappij
Onderneming die de meerderheid van de aandelen van een andere onderneming bezit en zo ook de zeggenschap over die onderneming heeft.
Momentum
Het momentum geeft de kracht van de onderliggende beweging aan. Als het momentum
afneemt, dan neemt de kracht van de stijging of daling van de onderliggende koersen ook af.
Moving Average
Zie voortschrijdend gemiddelde.
Moving Average Convergence Divergence (MACD)
Een trendvolgende indicator, gebruikt in
de technische analyse, waarin voortschrijdende gemiddelden (moving averages) worden gecombineerd. De MACD is het verschil van twee exponentieel gewogen voortschrijdende
gemiddelden, berekend over de slotkoersen van een aandeel of een index. De kruising van de nullijn in de grafiek en divergenties wijzen op koop- en verkoopsignalen.
Terug naar boven