E-mailadres:
Wachtwoord:
 

IEX woordenboek A t/m F

Klik hier voor woordenboek G t/m M
Klik hier voor woordenboek N t/m T
Klik hier voor woordenboek U t/m Z

A - B - C - D - E - F

A

Aandelen
Gewone aandelen vertegenwoordigen een gedeelte van het eigendom van een onderneming of beleggingsfonds. Aandelen zijn risicovoller naarmate de invloed van marktkrachten op de onderneming groter is en er geen garantie bestaat over de waarde van de oorspronkelijke investering. Gewone aandelen geven de houder stemrecht op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders en geven ook recht op dividend. Als een onderneming echter failliet gaat, komen aandeelhouders achter in de rij bij het verdelen van de opbrengsten uit de boedel.

Aandelenemissie
Uitgifte van nieuwe aandelen.

Aandelensplitsing
Oude aandelen worden in een vaste verhouding vervangen door een aantal nieuwe aandelen. De prijs van de nieuwe aandelen ligt na een aandelensplitsing altijd lager dan de prijs van de aandelen voor de splitsing.

Aankoopkosten
De aankoopkosten zijn de kosten die u betaalt bij de aankoop van een fonds. Let op: bij Nederlandse beursgenoteerde beleggingsfondsen wordt een deel van de aankoopkosten verwerkt in de koers door een afwijking van de intrinsieke waarde.

AEX-index
De AEX-index is de bekendste index van de Amsterdamse beurs. De graadmeter bestaat uit de 25 meest verhandelde aandelen op de Amsterdam Exchanges.

Agio
Positief koersverschil ten opzichte van de nominale waarde van een aandeel of obligatie.

Agioreserve Deel van het eigen vermogen dat is ontstaan door uitgifte van aandelen boven de 100% van de nominale waarde.

Aibor
Aibor staat voor Amsterdam Inter Bank Offered Rate en is het tarief dat commerciële banken bij elkaar in rekening brengen. De Euribor heeft de Aibor opgevolgd.

Airbag
Voorwaardelijk bescherming van de hoofdsom van een structured product tot een gemaximeerde daling van de onderliggende waarde.

American Stock Exchange (AMEX)
The American Stock Exchange (AMEX) is qua grootte de tweede beurs met een fysieke handelsvloer. De AMEX legt zich toe op aandelen van kleine en middelgrote ondernemingen en heeft een sterke positie in de handel van gewone aandelen en indexaandelen (ETF's) en aandelenderivaten.

Amerikaans type
Opties van Amerikaans type kunnen op elk moment worden uitgeoefend, vanaf hun uitgifte tot hun vervaldag.

Amortisatie
Afschrijving van goodwill.

AMX-index
De AMX-index is het zusje van de AEX-index. De AMX-index bestaat uit de 25 meest verhandelde aandelen na de AEX-aandelen op de Amsterdamse beurs.

Appreciatie
Een appreciatie is de waardestijging van een munt ten opzichte van een andere. Een beweging in een wisselkoers resulteert erin dat u met een bepaalde munt meer van een andere geldeenheid kunt kopen, de eerste munt is dus geäpprecieerd. Als bijvoorbeeld vorige week een euro 90 dollarcent kostte, en deze week 95 dollarcent, is de waarde van de euro ten opzichte van de dollar geäpprecieerd. De term appreciatie is het tegenovergestelde van depreciatie, en wordt gebruikt bij veranderingen van flexibele wisselkoersen.

Arbitrage
Het gebruikmaken van en handelen op prijsverschillen van een bepaald product op verschillende markten.

Assetcategorieën
Assetcategorieën zijn brede beleggingscategorieën die verschillende niveaus van risico en rendement bieden zoals aandelen, obligaties en kas. Aandelen hebben het grootste potentieel als het gaat om rendement, maar dit gaat gepaard met een relatief hoog risico. Obligaties bieden meer zekerheid met een (ten opzichte van aandelen) gemiddeld wat lager rendement. Onroerend goed wordt vaak genoemd als assetcategorie, maar wordt door sommigen ook gezien als een sector van de aandelenmarkt. Onroerend goed kan goede rendementen bieden, maar herbergt het gevaar van illiquiditeit. Kas kent het laagste verwachte rendement, maar biedt veel zekerheid en liquiditeit.

Assetverdeling
De assetverdeling of assetmix is de beslissing hoe het vermogen wordt gespreid over de verschillende financiële assetcategorieën aandelen, obligaties en kas) en tastbare assetcategorieën (vastgoed, commodities, metalen en verzamelobjecten). De assetmix wordt doorgaans bepaald door de wens om een optimale risicorendementsverhouding te bereiken die past bij de horizon en doelen van de belegger.

At-the-money (ATM)
Als bij warrants en opties de uitoefenprijs de koers van de onderliggende waarde benadert.

Autocallable
Gestructureerde producten met één of meer aandelen of -indices als onderliggende waarde. Elk jaar of halfjaar wordt naar de koersontwikkeling van die onderliggende waarde gekeken. Als aan een vooraf vastgesteld criterium is voldaan, volgt vervroegde aflossing met een vooraf vastgesteld, oplopend rendement.

Autoriteit Financiële Markten (AFM)
De AFM houdt toezicht op het functioneren van de Nederlandse effectenmarkten.

Average Directional Movement Index (ADX)
Een indicator gebruikt in de technische analyse, ontwikkeld door J. Welles Wilder. Deze indicator geeft de sterkte van de markttrend weer.

Terug naar boven

B

Backtest
Het bekijken van het rendement dat een structured product met gelijke, of zoveel mogelijk gelijkende voorwaarden, zou hebben behaald als het op een reeks van data in het verleden zou zijn uitgegeven.

Backwardation
Prijsstructuur, voornamelijk optredend bij grondstoffen, waarbij de futureprijzen (de prijzen die worden afgeggeven voor leveringen in de toekomst) lager liggen dan de spotprijzen (de huidige prijzen). Van deze specifieke prijsstructuur wordt gebruikgemaakt om structured products te creëren met gunstige risico-rendementverhoudingen.

Barrier options
Opties die waarde krijgen (of juist verliezen) als aan een vooraf bepaald criterium is voldaan. Deze opties worden in structured products gebruikt om voorwaardelijke garanties af te geven.

Basispunt
Een basispunt is een honderdste van een procent (0,01%). Basispunten worden gebruikt om veranderingen in rentes uit te drukken. Een stijging van de rente van 6,25% naar 6,75% betekent een stijging van vijftig basispunten.

Bearmarkt
Een langdurig pessimistisch gestemde markt, gekenmerkt door dalende koersen.

Beartrap
Een valse negatieve (dus neerwaartse) uitbraak van een koers.

Bedrijfsobligatie
Een bedrijfsobligatie is een obligatie die uitgegeven wordt door een onderneming om de bedrijfsactiviteiten te financieren. De hoofdsom wordt terugbetaald wanneer de obligatie afloopt. Daarnaast keert een obligatie tijdens zijn looptijd regelmatig rente uit. Er bestaan ook diverse fondsen die beleggen in bedrijfsobligaties.

Beige Book
Het rapport over de financiële en economische situatie in de Verenigde Staten. Het Beige Book wordt samengesteld door het Federal Reserve System (de centrale banken van Amerika) en is bestemd voor het FOMC.

Benchmark
Maatstaf waarmee het resultaat van een beleggingsportefeuille wordt vergeleken.

Beschermingsconstructie
Juridische constructie waarmee ongewenste invloeden zoals een overname, buiten de onderneming kunnen worden gehouden.

Bèta
De bèta is een maatstaf voor de gevoeligheid van een fonds voor bewegingen van de markt en is een risicomaatstaf. De bèta van de markt is per definitie 1,00. Een bèta van 1,10 betekent dat een fonds het gemiddeld 10% beter doet dan de markt als de markt opwaarts beweegt, en gemiddeld 10% slechter scoort als de markt daalt. Veronderstelling hierbij is dat alle andere factoren gelijk blijven. Als de bèta van een fonds 0,85 is, betekent dit dat een fonds tijdens een marktstijging het gemiddeld 15% minder goed doet dan het marktgemiddelde, en gemiddeld 15% beter scoort dan het marktgemiddelde bij een koersdaling.

Biedkoers
De biedkoers is de koers waartegen een fondsaanbieder bereid is aandelen van een beleggingsfonds terug te kopen.

Biedprijs
De prijs die op een bepaald moment wordt geboden (waartegen u dus kunt verkopen).

Black & Scholes
Wiskundige model ontwikkeld door Fischer Black en Myron Scholes om de waarde van afgeleide producten zoals warrants en opties te berekenen.

Blue chips
Blue chips zijn aandelen in grote, bekende ondernemingen met een gerespecteerd management en een hoge kredietwaardigheid. In Nederland vind je veel blue chips in de AEX-index.

Bodemvorming
Het laagste punt tot waar een aandeel of een markt daalt.

Breakeven
Het punt waarop geen verlies en geen winst wordt gemaakt.

Bullmarkt
Een langdurig optimistisch gestemde markt, gekenmerkt door stijgende koersen.

Bulltrap
Een valse positieve (dus opwaartse) uitbraak van een koers.

Bundfuture
In Londen en Frankfurt verhandeld termijncontract op Duitse staatsleningen. Dit is de graadmeter voor inflatie- en renteverwachtingen op het Europese vaste land.

Butterflyspread
Een combinatie van opties gericht op een beperkte beweging van de koers van de onderliggende waarde. Bijvoorbeeld door het gelijktijdig schrijven van een put met een lagere uitoefenprijs en een call met een hogere uitoefenprijs.

Buyback
Het inkopen van eigen aandelen door een bedrijf. Dit heeft een positief effect op de winst per aandeel; in de nieuwe situatie staan er namelijk minder aandelen uit.

Terug naar boven

C

Calloptie
Verhandelbaar recht om op een bepaald moment in de toekomst een afgesproken hoeveelheid van een onderliggende waarde te kopen tegen een vooraf afgesproken prijs.

Call-putratio
Verhouding tussen het aantal verhandelde callopties en putopties gedurende een bepaalde periode.

Candlestick
Term uit de technische analyse. Een van oorsprong Japanse manier om koersbewegingen grafisch weer te geven. De hoogste en laagste koers zijn verbonden met een dunne lijn (shadows) en het prijsverschil tussen de openings- en slotkoers wordt weergegeven door een rechthoekje (body). Als de slotkoers hoger is dan de openingskoers is het rechthoekje niet ingekleurd. Als het omgekeerde het geval is, is de body wel ingekleurd.

CAPM
CAPM, het Capital Asset Pricing Model, is een wiskundig model dat gebruikt kan worden als hulp bij het vinden van een juiste prijs voor een effect. In het model staat de relatie tussen risico en verwacht rendement centraal. Het CAPM is een belangrijk model in de beleggingstheorie waarin het verwachte rendement (E) op een belegging uitgedrukt wordt in de termen van het verwachte rendement op de marktportefeuille (rm) en de Bè ta-coë fficient, E = R + (beta)(rm - R), waar R het risicovrije rendement is.

Cash dividend
Dividend uitgekeerd in contanten.

Cashflow
Nettowinst plus afschrijvingen.

Cash-out
Situatie waarin een structured product niet meer profiteert van de koersontwikkeling van de onderliggende waarde omdat de participatie in een CPPI-structuur is gedaald tot 0%.

Cash-settlement (Contante verrekening)
Als bij uitoefening van een optie de winst (het verschil tussen de uitoefenprijs en koers van de onderliggende waarde) rechtstreeks wordt uitgekeerd zonder dat de onderliggende waarde daadwerkelijk wordt gekocht.

Claim
Als een onderneming nieuwe aandelen uitgeeft via een claimemissie ontvangen de bestaande aandeelhouders een voorkeursrecht (claim) voor de koop van nieuwe aandelen. Deze claim vertegenwoordigt een bepaalde waarde en kan vaak op de beurs worden verhandeld.

Claimemissie
Emissie waarbij de bestaande aandeelhouders van een bedrijf een voorkeursrecht krijgen op de uit te geven effecten door datzelfde bedrijf.

Click
In structured products toegepaste techniek waarbij eerder behaalde koerswinsten worden vastgezet zodat ze niet verloren gaan na een eventuele correctie. Na de click zijn verder koersstijgingen mogelijk.

Clickfonds
Certificaten waarmee geprofiteerd kan worden van koersstijgingen, het belegd vermogen wordt beschermd bij koersdalingen. Wordt ook lirics genoemd.

Commissie
Commissie is de vergoeding die betaald wordt aan de commissionair, ook wel broker genoemd, bij de aan- of verkoop van effecten. In Nederland treden banken vaak ook op als commissionair. De vergoeding is afhankelijk van de grootte van de order en de mate van advies die gepaard gaan bij de transactie.

Commodity
Een commodity is een beleggingsklasse die betrekking heeft op grondstoffen en bulkgoederen. De commodity’s worden voornamelijk verhandeld via termijncontracten op de beurs.

Conjunctuur
Golfbeweging in de economische activiteit.

Consolidatie
De periode die volgt op een duidelijk neergang of opgang van een aandeel of een markt waarin de veranderingen minder heftig zullen zijn en de waarde min of meer constant blijft.

Consolidatieslag
Als binnen een sector veel fusies en en overnames zijn, is er sprake van een consolidatieslag.

Contango
Term gebruikt op de grondstoffentermijnmarkt om aan te geven dat de prijzen van termijncontracten hoger zijn de huidige (of spot-)prijzen.

Continuatiepatroon
Koerspatroon uit de technische analyse dat duidt op een voortzetting van de voorafgaande trend.

Convergentie
Een term uit de technische analyse. Als twee lijnen in een grafiek naar elkaar toe lopen is er sprake van convergentie.

Conversie
Bij conversie wordt een converteerbare obligatie omgewisseld in een aantal onderliggende waarden corresponderend met de conversieratio.

Conversiekoers
Prijs waartegen de converteerbare obligatie kan worden verwisseld in aandelen.

Conversiewaarde
De waarde die een converteerbare obligatie heeft wanneer de uitgevende instelling gebruikmaakt van het recht de obligatie af te lossen in aandelen. De conversiewaarde wordt berekend door de conversieratio te vermenigvuldigen met de koers van onderliggende koers.

Converteerde obligatie
Een obligatie die omzetbaar is in aandelen. Deze converteerbaarheid van obligaties betekent een lager effectief rendement dan op normale obligaties, maar meer neerwaartse bescherming dan bij aandelen.

Corporate governance
Een aantal regels voor met name bestuurders, commissarissen en kapitaalverschaffers voor goed bestuur en toezicht en regels voor verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Correctie
Een koersbeweging tegen de trend in. Dit wordt ook wel een countertrendbeweging genoemd.

Correlatie
De samenhang in beweging tussen twee of meer onderliggende waarden.

Courtage
Het bedrag dat een tussenpersoon verdient in ruil voor het uitvoeren van een order.

CPPI-structuur (Constant Porportion Portfolio Insurance)
Techniek bij structured products om een (gedeeltelijke) hoofdsomgarantie te bieden via een gedurende de looptijd variërende participatie in de onderliggende waarde. De participatie is afhankelijk van de prestaties van de onderliggende waarde.

Crash
Een zeer sterke daling van koersen in een ongecontroleerde stemming. Gaat vaak gepaard met paniek.

Crossing
Term gebruikt in de technische analyse als twee lijnen elkaar kruizen.

Cumalatief preferente aandelen
Aandelen met recht op een minimum dividend. In verlieslijdende jaren wordt dit niet uitgekeerd maar gecumuleerd en in jaren van winstgevendheid alsnog uitgekeerd.

Cycle
Een regelmatig of onregelmatig terugkerende periode met dezelfde kenmerken. Bijvoorbeeld een daling of stijging van de koers.

Cyclische waarde
Waarde die gevoelig is voor de economische conjunctuur, bijvoorbeeld staal-, bouw-, auto-, en chemieaandelen.

Terug naar boven

D

Daggrafiek (daily chart)
Grafiek die de koersen op dagbasis weergeeft.

DAX
De Deutsche Aktienindex (DAX) is een index die bestaat uit de 30 grootste Duitse ondernemingen genoteerd aan de beurs van Frankfurt. Deze index verving in 1987 de Börsen Zeitung Index .

Defensieve waarde
Aandelen met een gestage, langzame groei en weinig winstfluctuaties.

Delta
Delta is een optieterm die aangeeft hoeveel aandelen er nodig zijn om het prijsrisico van een optie te dekken. Als een calloptie een delta heeft van 5, dan zal de stijging van de waarde van de optie gelijk zijn aan de stijging van 5 aandelen van de onderliggende waarde. Hoe hoger de delta is hoe verder de optie in-the-money is.

Deposito
Voor een bepaalde tijd aan de bank toevertrouwd geld. Dat geld is in beginsel tijdens deze periode niet opvraagbaar.

Depreciatie
Een depreciatie is de waardedaling van een munt ten opzichte van een andere. Een beweging in een wisselkoers resulteert erin dat men met een bepaalde munt minder van een andere geldeenheid kan kopen, de eerste munt is dus gedeprecieerd. Als bijvoorbeeld vorige week een euro 95 dollarcent kostte, en deze week 90 dollarcent, is de waarde van de euro ten opzichte van de dollar gedeprecieerd. De term depreciatie is het tegenovergestelde van appreciatie, en wordt gebruikt bij veranderingen van flexibele wisselkoersen.

Derivaat
Een derivaat, ook wel afgeleid product, is een algemene benaming voor beursproducten waarvan de koers is gebaseerd op een andere, onderliggende belegging. Voorbeelden van derivaten zijn futures, warrants, swaps en opties.

Devaluatie
De devaluatie van een munt is de daling van de waarde van een munteenheid die een vaste wisselkoers kende. Een devaluatie is vaak het resultaat van een beslissing van de overheid.

Directional Movement Index (DMI)
Indicator gebruikt in de technische analyse die in trendmatige markten duidelijke koop- en verkoopsignalen geeft. Een negatieve DMI (diminus) geeft de mate van verkoopkracht in een markt aan en een positieve DMI (diplus) de mate van koopkracht.

Disagio
Waardevermindering ten opzichte van de nominale waarde of de uitgiftekoers van een aandeel of obligatie.

Disconto
Het rentetarief dat door een centrale bank wordt berekend voor leningen aan commerciële banken en dus de moeder van alle rentarieven.

Divergentie
Een term in de technische analyse waarmee wordt aangegeven als de koersbeweging niet wordt bevestigd door het verloop van een indicator of het volume.

Dividend
Een dividend is een contante winstuitkering die door een fonds of bedrijf gedaan wordt aan de aandeelhouder. Na uitkering van het dividend valt de koers van het aandeel meestal wat terug.

Dividend per aandeel (DPS)
Het totale dividend gedeeld door het aantal uitstaande aandelen.

Dividendrendement
Het dividendrendement wordt berekend door het dividend te delen door de huidige aandelenkoers en de uitkomst met 100 te vermenigvuldigen. Als een fonds bijvoorbeeld een dividend van 0,25 euro uitkeert en de koers is 4,00 euro, dan is het dividendrendement 6,25%.

Doorbraak
Als de koers door een steun zakt of door een weerstand stijgt. Dit begrip uit de technische analyse wordt ook wel uitbraak genoemd.

Doorrollen
Het sluiten van een optiepositie waarbij tegelijkertijd een nieuwe optiepositie met een langere looptijd wordt ingenomen.

Dow Jones Industrial Average
De in 1896 begonnen Dow Jones Industrial Average is een index die bestaat uit 30 grote, liquide ondernemingen die worden verhandeld op de New York Stock Exchange (NYSE). De aandelen in de index worden gekozen door Dow Jones en Wall Street Journal. Deze index bestaat uit een uitgebalanceerde selectie van grote stabiele ondernemingen: blue chips.

Dow Theorie
De grondlegger van de Dow Jones Theorie (of Dow Theorie) is Charles Dow. De theorie gaat ervan uit dat in de beursgemiddelden alle gegevens en omstandigheden zijn verdisconteerd die van invloed zijn op de koersvorming van onderliggende aandelen. Volgens Dow zijn de factoren die vraag en aanbod op de aandelenbeurs beïnvloeden terug te vinden in het marktgemiddelde (de index) van aandelen.

Downtrend
Een downtrend is als een koers al langere tijd een globale beweging omlaag maakt. De trend is dus naar beneden gericht.

Dubbele bodem
Als in een koersverloop twee keer achterelkaar op vrijwel hetzelfde niveau de koers ombuigt naar een hoger niveau is er sprake van een dubbele bodem.

Dubieuze debiteuren
Personen of instellingen die vermoedelijk niet aan hun verplichtingen zullen voldoen.

Duration
Duration is de (gewogen) gemiddelde looptijd van een obligatie. De duration is ook een maatstaf voor het effect dat een renteverandering heeft op de koers van een obligatie of portefeuille van obligaties. Duration wordt gemeten in jaren (een duration van drie jaar betekent bijvoorbeeld dat de koers van een obligatie ongeveer 3% stijgt als de rente met 1% daalt).

Terug naar boven

E

Earnings per share (EPS)
Zie winst per aandeel.

Earnings yield
Het omgekeerde van de koerswinstverhouding (k/w). De earnings yield wordt berekend door 1 te delen door de k/w. Bij een k/w van 20 is de earnings yield een twintigste of 5%. Dit geeft aan dat een belegger bij een investering een rendement verwacht van 5%.

EB-indicator
Een hulpmiddel binnen de technische analyse bij de keuze om wel of niet te beleggen in een bepaald aandeel. De indicator bestaat uit twee gemiddelden die elkaar eventueel kruizen. Bij een kruising volgt er een koop- of verkoopsignaal. De gemiddelden bestaan uit een gewoon 26-daags gemiddelde en een 10-daags exponentieel gemiddelde.

Ebit (earnings before interest en taxes)
Resultaten voor aftrek van rente en belastingen.

Ebita (earnings before taxes en and amortization)
Resultaten voor aftrek van rente, belastingen en amortisatie.

Ebitda (earnings before taxes depreciatie and amortization)
Resultaten voor aftrek van rente, bealstingen, afschrijvingen en amortisatie.

Effectief rendement
Bij obligaties wordt het rendement bepaald door de coupon van de hoofdsom. Het effectief rendement wordt alleen behaald mits de obligatie wordt vastgehouden voor de volledige looptijd (en coupons worden herbelegd tegen hetzelfde rendement). Tussentijds verkopen geeft renterisico.

Eigen vermogen
Aandelenkapitaal plus vrije reserves.

Emerging market
Een opkomende markt (emerging market) is een financiële markt van een land met een hoog percentage economische groei, dat is begonnen in een achterstandsituatie. Een belegging in een opkomende markt wordt vaak gezien als risicovol vanwege (potentiële) politieke problemen, economische instabiliteit, een kort trackrecord en illiquiditeit.

Emissie
Het uitgeven van aandelen of obligaties.

Emissiekoers
(Indicatieve) koers waarop beleggers kunnen deelnemen aan de uitgifte van het gestructureerde product.

Emissiesyndicaat
Samenwerking van een onderneming met één of meer banken om een emissie tot stand te brengen.

Engulfing
Term uit de technische analyse. Er bestaat een bullish engulfing- en een bearish engulfing-patroon. Een bullish engulfing bestaat uit een negatieve candle gevolgd door een positieve. De positieve candle moet een hogere top en een lagere bodem hebben dan de negatieve candle ervoor. Een bearish engulfing patroon is het omgekeerde. Een positieve candle gevolgd door een negatieve met hogere top en lagere bodem. Beide patronen voorspellen een omkeer van de trend .

Equity carve out
Een moederonderneming brengt een deel van de aandelen van de dochter apart naar de beurs door middel van een ipo. Het moederbedrijf houdt wel een deel (meestal de meerderheid) van de aandelen in eigen bezit. De carve-out staat op zich zelf, met een eigen bestuur, aandelenkapitaal en jaarverslag.

Euribor
Rentetarief dat kredietwaardige banken elkaar in rekening brengen voor bedragen in euro's. Euribor heeft sinds de komst van de euro de rol van de Aibor overgenomen in Nederland.

Euronext
Officieel NYSE Euronext is de combinatie van de beurzen van Amsterdam (Amsterdam Exchanges), Brussel (Brussels Exchanges), Parijs (Paris Bourse) en Lissabon (Bolsa de Valores de Lisboa e Porto).

Europees type
Opties van het Europese type kunnen pas op de vervaldag wordt uitgeoefend.

Europese Centrale Bank (ECB)
Monetaire autoriteit van euroland sinds de introductie van de euro. De ECB waakt over de positie van de euro, probeert de inflatie in euroland binnen de gestelde norm te houden en stelt de officiële rentetarieven voor euroland vast.

Ex-dividend
Ex-dividend refereert aan een aandeel dat genoteerd is zonder dividend. Het dividend van een aandeel dat na de ex-dividenddatum wordt gekocht, wordt uitgekeerd aan de verkopende partij.

Exchange traded fund (ETF)
Een beleggingsfonds dat continu verhandelbaar is op de beurs en nauwgezet een bepaalde index volgt. Zie ook tracker.

Expiratie
Het ophouden te bestaan van een optie of future.

Exposure
Blootstelling aan een bepaald risico.

Terug naar boven

F

Fair value
De theoretische waarde van een effect of derivaat volgens een bepaald waarderingsmodel.

False move
Een beweging van een koers of markt die aanvankelijk lijkt op een duidelijk signaal (een doorbraak), maar kort daarna terugkeert in het oude patroon en hiermee het signaal ontkent. False move wordt gebruikt binnen de technische analyse.

Federal Funds Rate
De Federal Funds Rate is de meest genoemde rentestand van de Verenigde Staten. Deze rente wordt bepaald door het FOMC, het beleidsbepalend orgaan van de Federal Reserve, en geeft weer hoeveel Amerikaanse banken in rekening brengen om Federal Funds aan elkaar te lenen. De Federal Funds zijn de verplichte reserves die banken aanhouden bij de Fed. Dit systeem zorgt ervoor dat banken die voldoende reserves bij de Fed hebben deze kunnen uitlenen aan banken met een tekort aan reserves bij de Fed.

Federal Open Market Committee (FOMC)
The FOMC is het beleidsbepalend orgaan van het Amerikaanse stelsel van centrale banken. De FOMC bestaat uit de zeven leden van the Board of Governors en vijf van de twaalf Reserve Bank-voorzitters. De FOMC pleegt openmarkttransacties, het voornaamste instrument van de Amerikaanse monetaire autoriteit. Daarnaast stelt de FOMC doelzones vast voor de geldgroei en dirigeert de FOMC operaties met betrekking tot interventies in de valutamarkten.

Federal Reserve (Fed)
Het stelsel van centrale banken van de Verenigde Staten. De Fed is de monetaire autoriteit van Amerika en is verantwoordelijk voor de positie van de dollar, de inflatieontwikkeling en stelt de officiële tarieven in de Verenigde Staten vast.

Fibonacci
Fibonacci, een wiskundige uit de dertiende eeuw, ontwierp een cijferreeks waarbji het volgende getal ontstaat door de vorige twee bij elkaar op te tellen. Er bestaan verschillende patronen tussen de getallenreeksen die worden gebruikt door technisch analisten.

Fixed settlement
Systeem van de effectenbeurs waarbij levering en betaling van effecten allebei moeten gebeuren drie werkdagen na de transactiedatum.

Flag
Een vlagpatroon in een grafiek ontstaat na een sterke koersstijging waarbij de winst in een zijwaartse beweging wordt geconsolideerd en er een nieuwe stijging volgt van gelijke lengte als de stijging voor de consolidatie. De zijwaartse beweging is de flag (vlag) in het koersverloop. Hetzelfde geldt voor koersdalingen. Dit patroon wordt gebruikt door technisch analisten.

Floater
Obligatie met een variabele rentecoupon.

Forwardprijs
De prijs voor de onderliggende waarde voor levering op een bepaalde vooraf vastgestelde periode.

Free float
Percentage aandelen van een bedrijf dat niet in vaste handen is bij grootaandeelhouders en dus vrij verhandelbaar is op de beurs.

FTSE
De FTSE, spreek uit als Foetsie, is genoemd naar de Financial Times (FT) en de London Stock Exchange (LSE); de gezamenlijke eigenaren van deze indices. De FTSE Index familie herbergt vele indices waaronder de FTSE 100, 200, and techMARK, maar meestal wordt de naam FTSE gebruikt voor de FTSE 100. Dit is een aandelenindex gebaseerd op de 100 grootste Britse ondernemingen. Andere FTSE indices zijn de 350 en de All-Share.

FTSE 100
De FTSE 100, begonnen in 1984, is een index die bestaat uit de 100 grootste ondernemingen qua marktkapitalisatie van de LSE. De FTSE 100 heeft de FT 30 vervangen als meest gebruikte index op de beurs van Londen.

FTSE 250
De FTSE 250, begonnen in 1992, is de index van de 250 grootste ondernemingen van de Londense beurs qua marktkapitalisatie direct na de FTSE 100.

FTSE 350
De FTSE 350-index is een combinatie van de FTSE 100 en de FTSE 250.

FTSE All Share Index
De FTSE All Share-index bestaat uit de 900 grootste ondernemingen van de London Stock Exchange.

Fundamentele analyse
De techniek waarbij beleggingsanalisten de (relatieve) aantrekkelijkheid van een aandeel (of een aandelensector) ten opzichte van andere beleggingsmogelijkheden probereren te beoordelen door middel van een analyse van de gang van zaken in die onderneming of die bedrijfstak. Fundamentele analyse is (theoretisch) een tegenhanger van technische analyse.

Fusie
Het samengaan van ondernemingen.

Future
Een termijncontract waarbij de koper en de verkoper een verplichting hebben en er is geen premiebetaling. Op de optiebeurs kan worden in gehandeld in futures op indices, aandelen, vastrentende producten en agrarische producten.

Terug naar boven