Op zo'n dag als gisteren krijgen beleggers een hart onder de riem gestoken en komen de herinneringen terug aan betere tijden. Een oppervlakkige toeschouwer meent midden in een beursrally beland te zijn met koersstijgingen van 15% voor fondsen, zoals:
ING.
Het is bemoedigend te zien dat koersen af en toe omhoog kunnen, maar het is voorbarig te concluderen dat de lucht boven de beurzen opklaart. De metafoor van de neerstortende kat, die voordat hij vermorzeld op de grond blijft liggen een laatste keer opspringt, stemt niet bepaald vrolijk. Anderzijds stemt de tot boven 50% toegenomen ‘implied volatility’, zoals die in opties wordt ingeprijsd, sommige partijen positief.
Dat kan het teken zijn dat de markten beginnen uit te bodemen. Op de bodem worden beleggers heen en weer geslingerd tussen hoop en angst. De potentiële koerswinsten en de soms extreem hoge dividendrendementen lonken, maar de onzekerheid, na het bloedbad dat de beurzen hebben ondergaan, lost niet vanzelf op.
Hedge funds bepalend
Bovendien wordt het gedrag van de hedge funds een bepalende factor. Met een geschatte omvang van 700 miljard dollar aan beheerd kapitaal, waarmee deze funds via futures en andere derivaten een veelvoud aan onderliggende waarde kunnen verhandelen, zijn ze de laatste jaren uitgegroeid tot een dominante factor. Door de inherent perverse manier van beleggen, zijn de fondsen vaak gebaat bij negatief nieuws.
Daardoor werken ze als een katalysator van de neerwaartse koersspiraal, totdat zich een bodem aftekent en een 'short squeeze' de aanzet kan geven tot koersherstel. Of daarna het herstel doorzet, is de vraag. Uiteindelijk overwinnen de ‘fundamentals’ het en richten de koersen zich naar de reële verwachtingen met betrekking tot de winstontwikkeling.
Wat de financials betreft, denken we dat deze fondsen nu in rustiger vaarwater kunnen komen, omdat ze op dit absoluut lage waarderingsniveau geen dankbaar object meer vormen voor negatieve speculatie. De ‘baissiers’ hebben inmiddels hun inspanningen met succes op een andere sector gericht. De van nature wild fluctuerende chipsector leent zich uitermate goed voor acties van hedge funds.
Chipmachineproducenten in vrije val
Van belang is dat zich een negatief nieuwsfeit voordoet, waarvan het effect kan worden uitvergroot door massaal 'shorten'. De tegenvallende winstcijfers over het tweede kwartaal van Taiwan Semiconductor Manufacturing (Tsmc) was zo’n nieuwsfeit en de uitwerking was er naar. De winst van 280 miljoen euro over het tweede kwartaal bleef ongeveer 20% achter bij de verwachting.
Nog zwaarder woog dat Tsmc dit jaar een half miljard minder investeert dan de eerder geïndiceerde 2,5 miljard dollar. Hiermee past Tsmc haar capaciteitsuitbreiding aan de verminderde vraag van klanten aan. De chipproducent voorziet dat de bezettingsgraad van zijn fabrieken de komende maanden daalt van 85% naar 70%. Ogenblikkelijk werden de aandelen van de fabrikanten van productieapparatuur gedumpt.
ASML en ASMI verloren beide ruim 15% en belandden daarmee op een gelijke koers van 11 euro. Voor ASML was het de laagste koers sinds eind 1998. De koers van ASMI is nagenoeg geheel teruggevallen tot het niveau van 21 september 2001. Een niveau van iets boven 10 euro was eerder bereikt in begin 2001 en eind 1999. Vanaf dit niveau heeft het aandeel zich binnen tweeënhalf jaar driemaal opgericht tot boven 30 euro.
Allemaal Besi
Het is niet de laatste keer geweest. De kans is groot dat binnen twaalf maanden de 30-eurogrens weer wordt doorbroken. ASMI heeft in de goede jaren een stevige solvabiliteit opgebouwd van 42%. In 1997 ging het bedrijf langs de rand van de afgrond, dat de diepe koersval van toen kon verklaren. Het bedrijf staat er financieel nu aanzienlijker beter voor.
Behalve een goede solvabiliteit beschikt de onderneming over 100 miljoen euro aan liquiditeiten. Het voortbestaan van de onderneming is momenteel geen reële risicofactor. De situatie rond Besi is mogelijk nog vreemder. De onderneming maakte gisteren haar cijfers over het tweede kwartaal bekend en die vielen ons niet tegen, hoewel de verwachtingen uiteraard niet hooggespannen waren.
Op een koers van 4,66 euro nadert het fonds het dieptepunt dat in oktober 1998 werd bereikt. De financiële positie van Besi is nog sterker dan die van ASMI. De onderneming heeft een solvabiliteit van 82% en heeft een bedrag van 141 miljoen euro aan contanten beschikbaar. Dit komt neer op 4,38 euro per aandeel - bijna gelijk aan de koers. De boekwaarde per aandeel bedraagt 7,09 euro.
Tegenvallende verkopen
Is de situatie in de halfgeleiderindustrie nu zo precair, dat daarmee het extreme pessimisme onder beleggers kan worden verklaard? De Japanse brancheorganisatie Semiconductor Equipment (SEA), de tegenhanger van de Amerikaanse brancheorganisatie Semi (Semiconductor Equipment and Materials International), maakte gisteren bekend dat de wereldwijde verkopen van machines die halfgeleiders produceren, zijn gedaald.
Om precies te zijn: in mei waren de verkopen voor de vijftiende achtereenvolgende maand gedaald tot een niveau van 1,14 miljard dollar; een daling van 41% ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Dat is inderdaad geen opwekkend cijfer. Meer steun kan worden ontleend aan dat de daling procentueel het kleinst was sinds april 2001 en dat de orders inmiddels de stijgende lijn hebben ingezet.
Dit moet zich binnen een halfjaar vertalen in stijgende omzetten. Bij Besi viel deze ontwikkeling ook in de gisteren bekend gemaakte cijfers te ontdekken. De omzet in het tweede kwartaal lag met 19,2 miljoen euro 58% onder het niveau van hetzelfde kwartaal van 2001, maar de netto orderontvangst van 27 miljoen betekende een verbetering van 68% ten opzichte van het eerste kwartaal, dat moet worden gezien als het dieptepunt in de cyclus.
Slechte macro’s
Gunstige berichten over de orderontvangst ontving de markt eerder van ASMI en ASML. De angst regeert en wordt effectief geëxploiteerd door de hedge funds. In hun voordeel werkte gisteren het laatste macronieuws uit de VS. Een hele stroom bereikte de markt, maar het meest markant en tegelijkertijd verontrustend was de onverwacht forse daling van de orders van duurzame goederen met 3,8%.
De markt was uitgegaan van een toename van 0,6%. Minstens zo alarmerend was de plotselinge daling met 11,7% van het aantal in juni verkochte bestaande eengezinswoningen tot 5,07 miljoen op jaarbasis. Dat de verkoop van nieuwe woningen in dezelfde maand met een half procent was gestegen tot iets meer dan een miljoen was een schrale troost.
De forse teruggang van de verkopen in de markt voor bestaande woningen is een eerste markante verslechtering in een markt, die er tot nog sterk heeft bijgelegen. Het kan betekenen dat de gerekte beurskrach nu negatief doorwerkt in de reële economie. Vluchten kan niet meer en dan nog, de beurzen hebben de mogelijkheid van een 'double dip' al dubbel en dwars in de koersen verdisconteerd.
Wel in die mate dat een bevestiging van een 'double dip' alleen nog maar voor opluchting kan zorgen.
Jacques Potuijt is oprichter van Provest Group en was hiervoor onder meer hoofd Beleggingsresearch bij Deutsche Morgan Grenfell in Amsterdam. Potuijt schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Hij belegt uitsluitend in beleggingsfondsen. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
potuijt@iex.nl.
Jacques Potuijt is oprichter van Provest Group en was hiervoor onder meer hoofd Beleggingsresearch bij Deutsche Morgan Grenfell in Amsterdam. Potuijt schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Hij belegt uitsluitend in beleggingsfondsen. De informatie in deze column is niet bedoeld als beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op
potuijt@iex.nl.