Elke crisis biedt nieuwe mogelijkheden, zo ook deze. Plus: de crisis anno augustus 2011 is niet hetzelfde als toen hij in 2008 lostbarstte. Het zijn de twee voornaamste conclusies van Jim O’Neill, ceo van Goldman Sachs Asset Management in zijn wekelijkse column. Het vraagstuk vormde de afgelopen weken het uitgangspunt van verschillende internationale topeconomen. O’Neills conclusie: essentiële verschillen maken de situatie anno 2011 wel degelijk anders dan die in 2008.
Allereerst: de opbouw van beide crises. De build-up naar de crisis van 2008-2009 was wezenlijk anders dan de afgelopen periode. Dat verschil wijdt hij vooral aan de ervaring en kennis die banken en beleidsmakers nu wél hebben, en destijds moesten ontberen. Simpel gezegd: in 2008 had de wereld weinig idee van wat er zou gebeuren als grote financiële instellingen en het systeem in elkaar zouden storten; nu weet een ieder dat maar al te goed.
Daardoor kunnen beleidsmakers deze dagen hun aandacht richten op enkele van de belangrijkste economische indicatoren – hij noemt de GS Financial Stress Index (GSI), de GS Financial Conditions Index (FCI) en de GS Global Lead Indicator (GLI) – om ontwikkelingen nauwlettend in de gaten te houden. Drie jaar geleden was dat niet het geval. Een typisch geval van zeer bruikbare voorkennis. Een tweede essentieel verschil tussen toen en nu schrijven veel economen toe aan de mogelijkheden die er destijds waren in het zoeken van steun en oplossingen bij financiële instituties.
Meer kansen dan drie jaar geleden
Toentertijd was het immers nog ‘normaal’ om aan te kloppen bij de VS, de Europese Unie of de G20. Vandaag de dag zal een rondgang langs deze instellingen weinig opleveren, daar zij door hun reserves heen zouden zijn. Dat deze traditionele hulpinstanties minder te besteden hebben wordt weliswaar door O’Neill bevestigd, maar hij ontkent dat de beperking in middelen mogelijkheden tot beleidsinitiatieven volledig uitsluiten, integendeel. Nadat de Fed onlangs aankondigde ‘meer’ te zullen doen, verwacht de Goldman-ceo dat Ben Bernanke daar binnen afzienbare tijd concrete maatregelen aan zal verbinden.
Ook de Zwitserse bank liet vorige week doorschemeren enkele beleidsmaatregelen door te zullen voeren. Volgens O’Neill kan ook de Europese Centrale Bank met een actieplan in die rij aansluiten. Kortom: financiële instellingen en instituties hebben zeker last van opgedroogde reserves, maar niet van uitgeputte bronnen. De mogelijkheden om sterker uit deze crisis te komen, kunnen door sterk leiderschap ontgonnen worden.
Tot nu toe zag O’Neill tijdens deze crisis weinig blijk van sterk leiderschap, noch van dito economisch beleid. Het gebrek aan dergelijk leiderschap heeft tot veel verstoringen op de markt geleid. Maar ook daarin is O’Neill hoopvol. Immers, wat niet is, kan nog komen. En als dat sterke leiderschap dan eindelijk opstaat, zullen ook beleggers – gelokt door de mogelijkheden en kansen – weer naar de markt getrokken worden.
De
Redactie van IEXProfs bestaat uit verschillende journalisten. De informatie in dit artikel is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies, of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Het is mogelijk dat redactieleden posities hebben in een of meer van de genoemde fondsen.
Klik hier voor een overzicht van hun beleggingen.
Er zijn (nog) geen reacties geplaatst.