Wie wil weten hoe de verzekeraar het kwartaal is doorgekomen zonder de invloed van wisselkoersen, moet kijken naar de onderliggende operationele nettowinst. Ten slotte publiceert Aegon ook een gewone nettowinst volgens IFRS-boekhoudregels waarin alle eenmalige posten en valuta-effecten zijn verwerkt.
In de officiële nettowinst worden namelijk ook reorganisatiekosten en boekwinsten op de verkoop van bedrijfsonderdelen wordt meegenomen. En om alles nog verwarrender te maken, publiceren banken baten in plaats van omzet.
De financiële branche is niet de enige sector die, om het eenvoudiger te maken om resultaten te vergelijken, eigengemaakte winstcijfers een prominente plaats in de rapportage geeft. Royal Dutch Shell publiceert al jarenlang de CSS-winst.
Hoofdletters
CSS staat voor Current Cost of Supply; oftewel de hoeveelheid geld die het onder de huidige marktomstandigheden kost om een vat olie boven de grond te krijgen. Hiermee wordt voorkomen dat de winstcijfers opvallend hoog uitpakken als er veel olie uit makkelijk toegankelijke velden wordt opgepompt, waardoor de kosten kunstmatig gedrukt worden.
De nettowinst zonder deze correctie wordt elk kwartaal aangekondigd als income attributable to shareholders (inkomen toekenbaar aan de aandeelhouders). Kwartaalcijfers staan de laatste jaren vaak in het teken van EBIT en EBITDA. Steeds meer bedrijven kiezen ervoor om geïnteresseerde beleggers met deze hoofdletters te bestoken.
Aan de achterliggende grootheden zoals bedrijfsresultaat (EBIT) en operationeel resultaat (EBITDA) is gelukkig niets veranderd. EBIT staat voor Earnings Before Interest and Taxes, oftewel de winst voor rentebetalingen en belastingen.
Bedrijfsresultaat
Dit bedrijfsresultaat krijgt een prominente plaats in de financiële verslaglegging
van bedrijven die middenin de productieketen zitten en waarvoor de marge tussen de kostprijs en de verkoopprijs van levensbelang is. Het succes van bijvoorbeeld voedselbedrijven die klem zitten tussen stijgende grondstofprijzen wordt vaak afgemeten aan de EBIT-marge.
In de rapportage van de Nederlandse voedingsconcerns krijgt deze maatstaf na de omzet de belangrijkste plaats bij de cijferpublicatie. Verwarrend is wel dat elke onderneming een andere naam voor deze post gebruikt. Unilever heeft het over bedrijfswinst, CSM presenteert het bedrijfsresultaat vóór bijzondere posten en Wessanen kijkt naar de EBIT.
De stap van EBIT naar EBITDA lijkt snel gemaakt, maar in dit geval maken twee letters een wereld van verschil. De D en de A staan voor Depreciation en Amortisation; oftewel afschrijvingen en waardeveranderingen van activa.
Zure bijsmaak
Het begrip EBITDA heeft tijdens de internethype wel een zure bijsmaak gekregen. UPC en KPNQwest legden in deze periode sterk de nadruk op EBITDA. Beide ondernemingen hadden enorme bedragen geïnvesteerd
in het bouwen van een kabelnetwerk en gebruikten de snelgroeiende EBITDA om te onderstrepen dat er steeds meer geld binnenkwam.
Omdat er geen rentebetalingen worden meegenomen in de berekening van deze maatstaf, werd niet duidelijk dat er enorme kosten tegenover deze inkomsten stonden en dat de ondernemingen per saldo veel verlies leden. Ondanks deze zure bijsmaak is de EBITDA bijzonder geschikt om te kijken of een bedrijf financieel bestaansrecht heeft.
De EBITDA is immers het verschil tussen de inkomsten en de kosten die een bedrijf maakt om normaal te opereren zoals personeelskosten en de inkoop van grondstoffen. Banken stellen bij het verstrekken van een lening de voorwaarde dat de lening niet groter mag zijn dan bijvoorbeeld drie of vier maal de EBITDA.
Tussenweg
Deze maatstaf krijgt een prominente plaats in de rapportagevan ondernemingen met hoge afschrijvingen en hoge rentelasten, zoals KPN. Het telecombedrijf schrijft jaarlijks een flink bedrag af op het vaste net en na 2000 kwamen daar forse afschrijvingen op de aankoop van UMTS-frequenties en de aankoop van het Duitse e-Plus bovenop.
In het vierde kwartaal van 2001 bleef van een EBITDA van 1,2 miljard euro bijvoorbeeld nog maar een EBIT van 441 miljoen euro en een winst van slechts 103 miljoen over. Het concern hanteerde in die tijd al een aparte disclaimer bij de EBITDA-cijfers.
Ten slotte is er nog een tussenweg tussen EBITDA en EBIT. Aalberts Industries, het bedrijf dat de prachtige groei van de afgelopen decennia voor een deel dankt aan een onophoudelijke stroom overnames, hanteert de ABITA. Hiermee wordt het operationele resultaat zonder de (boekhoudkundige) goodwillafschrijvingen getoond.
Geen omzet? Geen probleem!
Om een bedrijf te laten draaien is geld nodig. Het is niet voor niets dat bijna elk financieel overzicht begint met de omzetcijfers. In het geval van Antonov heeft daar jarenlang een pijnlijke nul gestaan.
De onderneming heeft een zestraps automatische versnellingsbak ontwikkeld, maar zolang autofabrikanten deze technologie niet gebruiken, maken de omzetcijfers van Antonov weinig indruk.
In de eerste helft van dit jaar kwam de omzet bijvoorbeeld op 73.000 Britse pond. Dat oogt wel heel mager in vergelijking met bedrijfskosten van bijna 2 miljoen pond in dezelfde periode. Jaar na jaar wordt er een miljoenenverlies geboekt, maar toch is de onderneming op de beurs ruim 30 miljoen euro waard.
Dat komt voornamelijk omdat beleggers hopen dat de versnellingsbaktechnologie ooit door een autofabrikant gebruikt gaat worden, zodat de onderneming een vaste bron van inkomsten krijgt. Tot het zover is krijgen de kredietfaciliteiten alle aandacht in de cijferrapportages.
De huur duur verkopen
Bij vastgoed gaat het niet om omzet, marge of winst, maar om netto huuropbrengsten. Eigenlijk valt dat te vergelijken met de operationele omzet. De huurinkomsten zijn van invloed op de waarde van de panden. Is er sprake van huurgroei en wie zijn de huurders? Hoe is de spreiding van huurders?
Vastgoedbedrijven met een behoorlijk aantal grote, financieel gezonde huurders zullen ook in mindere economische tijden voldoende huuropbrengsten hebben.
De netto huuropbrengsten worden ook wel het directe resultaat genoemd. Vaak wordt dit bedrag ook uitgedrukt per aandeel.
Dit zijn de huuropbrengsten waar de kosten voor exploitatie en financiering vanaf getrokken worden. Veel vastgoedfondsen gebruiken dit resultaat als maatstaf voor het uit te keren dividend, dus dit cijfer wordt goed in de gaten gehouden. Het indirecte resultaat bestaat uit de winst op verkoop van panden en de ongerealiseerde herwaardering van het vastgoed in portefeuille.
Oftewel, is er sprake van waardevermeerdering van het vastgoed? Idealiter laat de portefeuille een gestage, autonome groei zien, maar dat beeld kan vertekend worden als een vastgoedfonds veel aan- of verkopen doet.
(Klik op de plaatjes voor grotere versies.)
IEX magazine is het
papieren zusje van IEX.nl. Het blad verschijnt acht keer per jaar en heeft net
als de website de wapenspreuk "Van beleggers voor beleggers" hoog in het vaandel
staan. Klik hier om te lezen
hoe u er zeker van kunt zijn geen nummer meer te hoeven missen. Klik
hier om een reactie te sturen.
IEX magazine is het papieren zusje van IEX.nl. Het blad verschijnt acht keer per jaar en heeft net als de website de wapenspreuk "Van beleggers voor beleggers" hoog in het vaandel staan. Klik hier om te lezen hoe u er zeker van kunt zijn geen nummer meer te hoeven missen. IEX magazine is ook gratis online verkrijgbaar, door het blad in zijn geheel te downloaden als PDF (alleen eerder verschenen nummers). Klik hier om een reactie te sturen.