![]() |
|
||||||||||||||||
|
U bent hier | Opinie | Marcel Tak | Artikel |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Marcel Tak - 2 november 2002, 16:17 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Zoals we gisteren gezien hebben in Rabo Ledencertificaten II: Wel solide, niet zeker (1) zijn de voorwaarden van de nieuwe certificaten verslechterd. In tegenstelling tot NS mogen wij van Rabobank echter onderhandelen over de prijs. Daartoe gebruikt Rabobank het tendersysteem.
Bepalen prijs lastig
Elke belegger kan inschrijven tegen een minimumprijs van 100 euro en een maximumprijs van 106 euro. De door de Rabobank vast te stellen uitgifteprijs geldt voor iedere belegger, die op of boven dat prijsniveau inschreef. De dividenduitkering wordt berekend over de nominale waarde van 100 euro. Het bepalen van de juiste prijs is lastig. Er zijn onbekende variabelen.
Ten eerste natuurlijk het dividend dat per kwartaal wordt vastgesteld en is gekoppeld aan de tienjaars rente. Over een periode van dertig jaar is het onduidelijk hoe hoog het gemiddelde dividend uitvalt. Bovendien is het dividend gekoppeld aan de winstgevendheid van Rabobank. Over een periode van dertig jaar is dat een onbekende grootheid.
Tot slot heeft Rabobank het recht de lening na tien jaar af te lossen. Looptijd en rendement van dit financiële product staan niet vast. Is het een aandeel of een obligatie? Om enige inzicht te verkrijgen in de prijsvorming en de aantrekkelijkheid van de certificaten, maken we een vergelijking met:
De prijs van de vorige ledencertificaten
De nominale waarde van deze certificaten is 25 euro (een kwart van de waarde van de nieuwe). De laatst bekende koers is 27,25 euro. Bij een nominale waarde van 100 euro heeft de koers derhalve 4*27,25 = 109 euro bedragen. Opmerkelijk is overigens dat de werkelijke (intrinsieke) waarde van deze certificaten 103,50 euro bedraagt.
De oude certificaten zijn kennelijk zó populair, dat de belegger bereid is meer dan de werkelijke waarde te betalen. Gezien de slechtere voorwaarden van de nieuwe is de koersrange van 100-106 euro redelijk ten opzichte van de berekende109 euro. Ten opzichte van de werkelijke waarde van de oude certificaten mag de koers maximaal 103,50 euro bedragen.
Het rendement op staatsobligaties
De certificaten laten zich vergelijken met een dertigjarige obligatie. Het huidige rendement voor een staatslening met een dergelijke looptijd is 5,25%. Uitgaande van de rente voor tienjarige leningen (4,6%) en inclusief het kwartaaleffect van rentebetaling, bedraagt het dividend op de certificaten 5,75%.
Stel dat dit het gemiddelde rendement voor de komende dertig jaar is. Bij een uitgiftekoers van 100 euro is het effectief rendement dan 5,75%. Bij een uitgiftekoers van 106 euro komt een effectief rendement van 5,20% tot stand. Uitgangspunt van deze berekening is dat Rabobank, zoals in de prospectus staat aangegeven, het agio (in dit geval 6 euro) in 32 jaar afschrijft.
Voor de belegger zonder uitgesproken rentevisie is de dertigjarige staatslening aantrekkelijker, zelfs indien de certificaten tegen 100 euro worden uitgegeven. Immers, de rentebetaling is gegarandeerd en niet afhankelijk van winstcijfers. Bovendien is een dertigjarige staatslening zeer goed verhandelbaar.
In de certificaten wordt eens per maand een markt gemaakt. Bovendien hoeft de belegger in de staatslening niet bang te zijn voor vervroegde aflossing. Hij die een verdere rentedaling verwacht (en daar naar wil handelen!) laat de certificaten ook links liggen en koopt de staatsobligatie. Voor de belegger die een rentestijging verwacht zijn de certificaten wel interessant.
De dividendvergoeding loopt bij een rentestijging op. De rentecoupon op de dertigjarige staatsobligatie verandert niet, waardoor de koers (fors) daalt. Natuurlijk kunnen beleggers met deze rentevisie de ontwikkelingen afwachten met een spaarrekening op een kortlopende obligatie, maar dan komt de aantrekkelijkheid van de certificaten naar voren.
De dividendvergoeding op de certificaten is (momenteel) duidelijk hoger dan de spaarrente of de rente op kortlopende leningen.
De kansen van bankaandelen
Tot slot kunnen de certificaten worden vergeleken met de aandelen van beursgenoteerde banken of andere financiële instellingen. Dat is niet zo heel vreemd, want voor Rabobank hebben de certificaten eenzelfde functie als het aandelenkapitaal. Het dividendrendement op de financiële aandelen is momenteel hoog en ligt op ongeveer 6%.
Zeer concurrerend ten opzichte van de certificaten. Natuurlijk zijn de risico’s op bankaandelen hoger. Rabobank heeft de beste financiële positie ten opzichte van de andere beursgenoteerde financiële instellingen. En het dividend op gewone aandelen kan veel makkelijker verlaagd of zelfs gepasseerd worden. Aan de andere kant: Rabobank opereert niet op een eiland.
Als de financiële sector niet in staat is de komende decennia gemiddeld een dividend te betalen in de buurt ligt van het huidige, is er wat aan de hand. Daar zal Rabobank met zijn winstontwikkeling dan niet ongevoelig voor zijn. Laat ik het anders stellen. Voor de belegger die geloofd in de financials bieden op de huidige koersniveaus bankaandelen meer kansen.
Degene die weinig vertrouwen heeft in de financiële waarden, moet zich eveneens afvragen of de certificaten een goed beleggingsalternatief vormen. Voor de belegger die geen uitgesproken mening heeft omtrent de kansen van de financiële sector zijn de certificaten een goed beleggingsalternatief.
Conclusie
Een juiste prijs voor de certificaten is moeilijk te bepalen. Theoretisch behoort de uitgifteprijs van de certificaten maximaal 103,50 euro te zijn. Indien de belegger de certificaten persé wil hebben, dan moet hij op 106 euro inschrijven, in de wetenschap dat de belegger deze prijs niet hoeft te betalen als de uitgiftekoers lager wordt vastgesteld.
De Rabo Ledencertificaten II zijn aantrekkelijk voor beleggers die een duidelijke rentestijging verwachten en geen uitgesproken mening hebben over de ontwikkelingen in de financiële sector. Voor beleggers die of een duidelijke rentedaling verwachten, of een sterke prestatie van de financiële sector, zijn er betere alternatieven.
|
| Zoeken op auteur |
| Zoeken op rubriek |
| 2 sep 10 | |
| 30 aug 10 | |
| 27 aug 10 | |
| 26 aug 10 | |
| 25 aug 10 | |
| 23 aug 10 | |
| 20 aug 10 | |
| 19 aug 10 | |
| 17 aug 10 | |
| 13 aug 10 |
| 2 sep 10 | |
| 2 sep 10 | |
| 2 sep 10 | |
| 2 sep 10 | |
| 2 sep 10 | |
| 2 sep 10 | |
| 2 sep 10 | |
| 1 sep 10 | |
| 1 sep 10 | |
| 1 sep 10 |
| 2 sep 10 | |
| 26 aug 10 | |
| 19 aug 10 | |
| 12 aug 10 | |
| 22 jul 10 | |
| 15 jul 10 | |
| 8 jul 10 | |
| 1 jul 10 | |
| 24 jun 10 | |
| 18 jun 10 |